HET VERHAAL. (c) 2002 EMIMUSIC BV - schrijver Edwin Gitsels.

Kerstavond 1981. In Buurthuis Het Breed in Amsterdam-Noord wordt een kerstdiner georganiseerd voor ouden van dagen uit de omgeving. Om kwart voor zes gaat de telefoon. Een buurthuismedewerker neemt aan en roept vervolgens tegen een van zijn zich de benen uit het lijf rennende collega’s: ‘Slinger, de NOS voor je aan de lijn!’ Harry Slinger neemt de hoorn over en een redacteur vraagt hem of hij even kan blijven hangen, want Frits Spits wil hem zo meteen live in de uitzending iets vertellen. En inderdaad, een paar minuten later: ‘Harry, Frits Spits hier. Wat ben je aan het doen?’ ‘Ik ben hier met een buurthuis vol bejaarden kerst aan het vieren.’ ‘Ik heb goed nieuws voor je,’ zegt Spits. ‘Jullie staan op nummer 1! “Je loog tegen mij” staat op nummer 1 van de Nationale Hitparade.’ Harry is compleet verbouwereerd. Jaren later memoreert hij: ‘Ik wilde natuurlijk gelijk alle bandleden en iedereen bellen, maar ik zat daar met een kluit bejaarden. Die ik ook nog eens uit moest gaan leggen hoe dat werkte met de Top 50 en de Top 40 en dat ik nu nummer 1 was. En die mensen zaten me aan te kijken van: ja, dat zal wel leuk zijn voor je, maar ik heb honger. Tussendoor heb ik toen toch nog de band en Marijke gebeld. Het was zoiets onwezenlijks. Wat houdt dat nou in dat je nummer 1 staat? En dan?’ En dan staat je leven op z’n kop. Compleet.

Het is nu twintig jaar geleden. Om dat heuglijke feit te vieren is er nu deze verzamelbox met maar liefst vier cd’s met  81 nummers uit de twaalfeneenhalf jarige geschiedenis van een van Nederlands succesvolste bands van de jaren ’80. ‘Je loog tegen mij’ bereikte de nummer 1 in het derde jaar van het bestaan van de band. Daarvoor was er al heel wat gebeurd, en daarna zou er nog veel meer gebeuren. Hier volgen de wonderlijke avonturen van Drukwerk…
 

HET VOORSPEL  

‘Al kon ik nog niet lopen, de boogie kon ik wel

Ik stond ook al te krijsen, voor moeder vaak ’n hel

Stond de radio te spelen veel te hard zo bij ons thuis

Dan klaagden alle buren: dat is een gekkehuis!’  

(Uit: Gekkehuis, 1984)

 

Drukwerk werd officieel opgericht op 12 april 1978, maar de basis werd 11 jaar daarvoor al gelegd toen zanger  Harry Slinger en  gitarist Ton Coster elkaar ontmoetten in een sociëteit op de Eerste Helmersstraat in Amsterdam. Die sociëteit heette de Kamba, een afkorting van Kamerbewoners Amsterdam. Harry: ‘Dat was een christelijke organisatie die jongelui die in Amsterdam kwamen studeren, opving in een sociëteit. De pastor van de Vondelkerk vroeg mij, als Amsterdammer, om daar te komen helpen. Want dat was het streven, dat Amsterdammers achter de bar en zo mensen van buiten opvingen en activiteiten voor ze organiseerden. Ik woonde daar vlak bij, ook op de Eerste Helmersstraat. Ik dacht: okay, gezellig, lachen. Zodoende kwam ik dus daar.’ Ton Coster werkte toen bij de telefoondienst van de PTT en daar werkten ook mensen uit andere delen van Nederland die tijdelijk in Amsterdam werden geplaatst. Ook zij gingen op kamers wonen, en ook zij kwamen dus in de Kamba. Harry: ‘Ton kwam wel eens met die mensen mee, gewoon voor de gezelligheid. In die tijd drumde ik al. Dat deed ik thuis, meedrummen met platen van Bob Dylan. Zo heb ik mezelf drummen geleerd.

Ton was daar op een avond, ik stond achter de bar en hij zat aan de bar, en ja, je moet ergens over lullen. Ton vertelde toen dat-ie gitaar speelde en dat-ie in The Problems gespeeld had. Nou, The Problems, dat wàs wat in Amsterdam in die tijd. Die naam stond zelfs op een muur in Amsterdam-Noord. En ik zeg: ik drum een beetje, kunnen we niet een kennismakingsfeest voor de nieuwe lichting studenten organiseren straks in september en dan gaan spelen? En zodoende zijn we samen gaan repeteren.’

De basis was gelegd voor een jarenlange samenwerking. Dat eerste feest was een sailor-party, dus speelden ze nummers als What Can We Do With The Drunken Sailor. Een ideetje van Harry. Het duo noemde zich voor de gelegenheid The Sailors. ‘Alleen drums en gitaar. We hadden niet eens een zangversterker.’

Harry zong al sinds de kleuterschool. ‘Het Konijnenschooltje in de Hazenstraat. Daar werd ik tussen de gordijnen gezet en zong: ‘Ik heb een ouwe tante en die woont in Honoloeloe, zeven jaar verkering met een oude Zoeloe’. In die tijd kwam Johnny Jordaan op, dus ik denk dat ik ook wel ‘Bij ons in de Jordaan’ en zo gezongen heb. Mijn vader zette me ook altijd op tafel bij familiefeestjes en zo, omdat ik zo leuk kon zingen.’ De aandacht die hij op die manier kreeg beviel Harry zeer goed. ‘Ik heb altijd in m’n hoofd gehad dat ik het artiestenvak in wilde. Ik speelde met vrienden ook toneel voor bejaarden, maakte zelf de pruiken en zo. We hadden een kleermakerij, daar maakte ik dan een toneeltje en dan speelden we een toneelstukje voor familie en vrienden. Ik had op de lagere school ook altijd de hoofdrol in de schoolmusicals. ‘Ali Baba en de 40 Rovers’ en zo. Ik zong ook in het kerkkoor. En ik speelde trompet bij een drumband, maar die band liep niet zo lekker. Op een gegeven moment heb ik mijn trompet ingeruild bij de firma Dijkman en met wat bijbetaling kon ik een drumstel kopen. Dus ik kom met een taxi thuis en mijn moeder schrikt zich de pleuris, want daar komt een heel drumstel uit. Vervolgens ben ik stomweg met platen mee gaan spelen.’

Harry en Ton kregen een theekist-bassist erbij, en het trio trad onder allerlei namen op op alle feesten in De Kamba. ‘Om te voorkomen dat iedereen doorhad dat er altijd dezelfde band optrad gaven we onszelf iedere keer een andere naam. Namen als The Hot Potato Swingers, New Magic, Penis Black, pikzwart dus. Uiteindelijk kwam Erik Rijks, dat was een echte bassist, en noemden we ons Theeluik. Een verbastering van Daylight.’  

DE GEBOORTE VAN DRUKWERK  

‘Bij de historie vergeleken

duurt het leven maar drie weken

dus hier volgt een goede raad

want voor je het weet is het te laat:

maak er wat van!’  

(Uit: Maar er wat van!, 1985)

 

Al snel breidde de groep zich uit met Kees en Robbie Schuit. Kees speelde trombone en Robbie slaggitaar. Kees zorgde ook voor de vrolijke noot met een goochelact. Hij gebruikte daar een rubberen kip bij met kunsteieren en een doosje echte eieren wat een vreselijke bende gaf. Robbie kwam op het idee als rookeffect op de bühne een broodrooster te gebruiken waar om het half uur verse boterhammen in werden gedaan. De stank werd voor lief genomen tot de brandweer arriveerde. Maar uiteindelijk ontstonden er toch problemen bij Theeluik.

‘Erik Rijks ging moeilijk doen en die wou maar een keer in de maand spelen en toen viel het uit elkaar. Na drie weken thuiszitten heb ik Ton gebeld en gezegd: we moeten gewoon opnieuw beginnen.’ Via de gebroeders Schuyt hadden Harry en Ton Hans Witteveen - Wippesteyn voor vrienden - leren kennen, en die kon een beetje bas spelen. Hans runde de gemeentecamping ‘Zeeburg’ op het gelijknamige eiland in Amsterdam,  en hoewel hij het daar erg druk mee had wilde hij wel meedoen. De band kon dan op de camping repeteren en spelen. Inmiddels was Harry ook Joop May tegen het lijf gelopen. Een collega van het buurthuis waar hij toen werkte, De Banne, gaf een feestje thuis in Zaandam. Joop was daar ook en die ging op een gegeven moment op de piano die daar in huis stond zitten spelen. Dat trok Harry natuurlijk meteen aan, en hij vroeg of hij ook ‘Geef mij maar Amsterdam’ en dat soort repertoire kon spelen. In minder dan geen tijd stond het tweetal een optreden weg te geven en werd het groot feest daar in huis. Later die avond vroeg Harry of Joop geen zin had om in een bandje te spelen. Dat had Joop best, en zo was het zestal compleet. Op 12 april 1978 kwamen de jongens in café Sing Singel bij elkaar om de nieuwe plannen te bespreken. De gebroeders Schuit haakten af en zo ontstond er een kwartet. Toen moest er ook een nieuwe bandnaam verzonnen worden. Ton bedacht die avond op het toilet van Sing Singel de naam Drukwerk. Kon zijn werkgever de PTT meteen gratis reclame voor z’n bandje maken! En al gauw stroopten Harry, Ton, Hans en Joop de ene bruiloft na het andere feest af, en ook in buurthuizen was Drukwerk een graag geziene en gehoorde band. Via mond-op-mond reclame kregen ze het al drukker en drukker. Waarmee meteen een nieuwe dimensie aan de bandnaam was gegeven. ‘Ja, hoe gaat dat,’ herinnert Harry zich. ‘Dan speel je op een bruiloft en daar is een neef en die gaat over drie maanden trouwen en die vraagt: hé, komen jullie spelen? We speelden voor 150 gulden overal waar we gevraagd werden. Of het nou in De Pijp voor de Hell’s Angels was of voor de VVD-ers in Wassenaar, waar ik mijn drumstel - dat steeds weggleed op dat parket daar - met grote draadnagels in de vloer heb vast getimmerd.’  Harry’s grote talent om welk publiek dan ook plat te spelen openbaarde zich met name die avond in Wassenaar, waar hij de fervente VVD-ers zo gek wist te krijgen de polonaise te lopen op een carnavaleske uitvoering van De Internationale.  

IK VERVEEL ME ZO IN AMSTERDAM-NOORD  

‘Ze noemen mij een vandalist

Maar als een ieder toch eens wist

Wat het is om in Noord te wonen

Het kost veel tijd om in de stad te komen

Weinig kroegen, geen bioscopen

Alleen een telefooncel en die zullen we slopen!’  

(Uit: Ik verveel me zo, 1979)

 

Zo had het nog jaren door kunnen gaan, als Harry niet in het buurthuiswerk had gezeten maar bijvoorbeeld nog steeds bij Albert Heijn had gewerkt. ‘Ik wilde bij Albert Heijn personeelsfunctionaris worden. Ik was hoofdkassier en ik wilde naar de sociale academie en daar opgeleid worden voor personeelswerk. Ik was ook meer gericht op hoe Albert Heijn met zijn personeel omging, en hoe dat verbeterd kon worden, maar AH zag in mij een bedrijfsleider.

En bij Albert Heijn is het zo: ze stippelen een carrière voor je uit, terecht, ze zien kwaliteiten in je en die mag je dan waarmaken, maar als je duidelijk iets anders wil dan zeggen ze: dat kan je dan maar beter elders gaan doen. Nou goed, dus toen ben ik in het Jan Ligtharthuis in de Jordaan begonnen als jongerenwerker. Toen ik daar ging solliciteren was ik binnen een half uur aangenomen. Dat kwam omdat ik in de jongerenruimte zat te wachten op mijn gesprek en daar kwam Dickie de Oude binnen en die ging even demonsteren hoe je platen op moet zetten. Hij deed dat dermate ruw dat ik zei: “Is dat normaal?” Hij zegt: “Wat kom jij doen?”  “Solliciteren,” zeg ik. “Dat zou ik maar niet doen,” zei hij, “want dan ben je zo weer weg. Daar zorg ik wel voor.”  Ik heb hem toen in z’n flikker gepakt en er uit gegooid. Dus toen dat sollicitatiegesprek begon was het snel geregeld. Zo ben ik in het jongerenwerk terechtgekomen.’ Helaas kreeg Harry na twee jaar hersenvliesontsteking en liep hij een half jaar lang in de ziektewet. Intussen was er in het Jan Ligtharthuis een vervanger voor hem aangenomen. Via het overkoepelend orgaan kreeg hij toen een baan in Amsterdam-Noord aangeboden, in buurthuis De Banne. Dat nieuws werd hoofdschuddend door zijn collega’s ontvangen. ‘Ze zeiden allemaal: “Je bent wel gek als je in Noord gaat werken, dat is een zootje gajes daar!” Maar ach, ik ben natuurlijk zelf ook geen lieverdje geweest. Ik spreek de taal.’

Het bleek dat Harry zich niet alleen prima staande kon houden tussen het “gajes” in De Banne, hij ging zelfs een stap verder. ‘In Noord merkte ik dat er een enorme verdeeldheid was tussen de verschillende buurthuizen. Allemaal tegen mekaar, terwijl ze allemaal met hetzelfde grote sociale probleem zaten: dat de werkgelegenheid naar de kloten ging. Voor jongeren was daar geen uitzicht. Dus ik dacht: dat gaat niet goed, zeker niet als je je ook nog eens tegen elkaar gaat keren. Toen zijn er een paar studenten van de VU gekomen, die hebben onderzoek gedaan en daar een rapport over geschreven. Dat heette “Moet ik soms m’n bek houden?”, en dat ging over de hele sociale toestand in Amsterdam-Noord. Van daaruit is de actiegroep JAN ontstaan, Jongeren Amsterdam Noord. Drukwerk was toen net begonnen en ik heb achter mijn bureau in Buurthuis de Banne “Ik verveel me zo in Amsterdam-Noord” geschreven, mijn eerste tekst, op de muziek van “It’s a hard rain gonna fall” van Bob Dylan.’

Toen Harry dat lied eenmaal geschreven had, ging zijn fantasie op de loop. ‘Ik dacht: er moet een plaatje komen, al die buurthuizen moeten zich verenigen, en dat singletje moet in al die buurthuizen gedraaid worden. Hans Witteveen kende dan weer Dolf Planteijdt, die had samen met Joke een studiootje in een kraakpand bij de Schellingwouderbrug, Joke’s Koeienverhuurbedrijf heette dat, en daar hebben we toen op twee Revox bandrecorders “Ik verveel me zo” opgenomen.  Puur en alleen om die actie te ondersteunen.’

Drukwerk liet 500 exemplaren van het singletje persen, bij een goedkoop perserijtje in België. In stapeltjes van twintig werden de plaatjes bij de diverse buurthuizen in Noord neergelegd, om zo de actie luister bij te zetten. Maar Harry zou Harry niet zijn als hij het daarbij had gelaten. ‘Ik dacht: het mooiste is natuurlijk als dat een keer op de radio komt. Dat onze actie landelijke bekendheid krijgt en dat er overal  aandacht komt voor de situatie van jongeren. Dus wij in de radiobode de namen van discjockeys opzoeken om ze een singletje toe te sturen in de hoop dat er eentje hem een keer zou draaien. Ik zie het me nog doen, van die grote bruine enveloppen, singletje erin, brief erbij: ‘Beste radiomedewerker’. Gestuurd aan Alfred Lagarde, Jan Rietman, Frits Spits, enzovoort, aan elke dj. Tot mijn stomme verbazing pikte met name Frits Spits het op. Toch een ouwe socialist. Dus die schreeuw om aandacht sprak hem erg aan.’

Platenmaatschappij EMI Bovema, waar onder meer André Hazes en Rob de Nijs onder contract stonden, hoorde ‘Ik verveel me zo’ bij Frits Spits en wist de hand te leggen op één van die 500 singletjes.

Op het hoesje stond het telefoonnummer van Joke’s Koeienverhuurbedrijf, en dus belde men met Dolf Planteijdt. Ze waren enthousiast over het nummer en boden duizend gulden voor de Revox-band. ‘Ja, lachen!’, aldus Harry. ‘Dat was dik geld voor ons! Wij zijn daar helemaal niet bij geweest, bij die eerste onderhandelingen. Ze hebben “Ik verveel me zo” toen officieel uitgebracht.’ Het actielied voor achtergestelde jongeren uit Amsterdam-Noord schopte het niet verder dan de Nederlandstalige tipparade, maar de naam Drukwerk was gevestigd, en het eerste contact met EMI was gelegd. Desondanks hadden de bandleden zelf nauwelijks in de gaten wat dit mogelijk voor gevolgen kon hebben. Harry: ‘Wij wilden er verder niet zoveel mee te maken hebben. Leuk dat een maatschappij dat uitbrengt, maar meer niet. Zelfs ik, terwijl ik diep in m’n hart altijd de bühne op wou, had niet in de gaten dat dit wel eens een doorbraak zou kunnen betekenen.’

Eén jongere uit Amsterdam-Noord verveelde zich inmiddels niet meer. Lucas Huizinga werd, toen Harry zijn enkelbanden had geblesseerd en niet meer in staat was om te drummen, gevraagd om de sticks van zijn buurthuisleider over te nemen. Daarmee had de band een belangrijke trekpleister voor jonge vrouwelijke fans binnengehaald. Bovendien kon Harry zich nu volledig concentreren op zijn zang en zijn presentatie op de voorgrond.  

“JE LOOG TEGEN MIJ”: DE DOORBRAAK  

‘O, je bent nu jezelf niet

je hebt last van verdriet

en je zegt dat je toch van me houdt

Je zegt: je bent toch nog m’n vrouw

Maar je liet me mooi staan in de kou.’  

(Uit: Je loog tegen mij, 1981)

 

Toen kwam er nog een single en daarmee was het wèl raak, zo zou het verhaal verder kunnen gaan. En er is ook een wijdverbreid misverstand dat het zo gegaan is. Maar tussen het uitkomen van ‘Ik verveel me zo’ en het moment dat ‘Je loog tegen mij’ de Top 40 binnenstormde, zit maar liefst ruim twee jaar!

Drukwerk had het ondertussen enorm druk met het muzikaal begeleiden van het veranderen van de maatschappij. Ze speelden ‘Kraak maar (b)raak’ bij krakersrellen op de barricades, ‘Beatrix’ en ‘Wilhelmus van Karbouwen’ bij de kroning van Beatrix op het slagveld van demonstranten en ME, en bij anti-kernwapenbetogingen denderden ze ‘Geen atoom’ spelend op een vrachtwagen door de stad. Harry: ‘Het meest spectaculaire optreden dat ik me kan herinneren was tijdens de ontruiming van de Vondelstraat, dat we op een vrachtwagen met een generator door de stad trokken, en speelden op de Overtoom voor de krakers die daar op de barricaden stonden en later op de PC Hooftstraat. We moesten op het Leidsebosje dwars door de ME om daar te komen! We waren echt mensen uit die tijd. Zoals jonge mensen in die tijd waren, niet bewusteloos, tegen kruisraketten, tegen de monarchie en opkomend voor de slachtoffers van de woningnood.’

Drukwerk was links, socialistisch en brutaal. Harry: ‘Op 30 april 1980, bij de kroning van Beatrix, speelden we op het Rembrandtsplein, vanwaar Radio Stad ook zijn roemruchte uitzendingen deed. Het leuke was dat daar een soort golfbeweging was. De ene keer kwamen de autonomen langs, de kraakbeweging, en vervolgens kwam vanaf de andere kant de ME voorbij.

Dus als die autonomen voorbijkwamen speelden we ‘Beatrix, Beatrix, met d’r bolle harses op een riks’ en als de ME voorbij kwam speelden we onze versie van het Wilhelmus. Ze hadden niet door wat we precies zongen. Waardoor de ME ons met rust liet en we door de kraakbeweging die richting Dam trok zeer gewaardeerd werden. We kregen zelfs als trofee stenen aangeboden, die werden op de rand van de bühne gelegd.’

Midden tussen al dat tumult, in augustus 1980, besloot Hans Witteveen de band te verlaten. Hij kon bij Ze Popes gaan spelen, een in Amsterdam en omstreken redelijk populair new wave bandje. Zijn plek bij Drukwerk werd overgenomen door de broer van zijn vriendin, Jean Offenberg. Twee van Drukwerk’s actieliederen werden ook op single uitgebracht. ‘Kraak maar (b)raak’ bracht de band in eigen beheer uit, ‘Geen atoom’ werd door EMI als carnavalssingle gereleased, de officiële opvolger van ‘Ik verveel me zo’. Het was dus niet verwonderlijk dat de band inmiddels de naam had van anarchistische feestpunkband. In die periode werd Drukwerk uitgenodigd door de legendarische Koos Zwart bij de VARA in zijn radioprogramma. In dat programma speelden zij live het nummer ‘Beatrix’. De volgende dag stond in een artikel voor op de Telegraaf dat het schandelijke optreden van Drukwerk op de radio de Vara 8000 leden had gekost.

Desondanks bleef multinational EMI hevig geïnteresseerd. Ze wilden wel eens weten wat de band nog meer voor repertoire had, en boden ze de gelegenheid om een demo op te nemen in hun platenstudio in Heemstede.

Huisproducer Coen van Vrijberghe zou achter de knoppen plaatsnemen. Harry herinnert zich deze historische dag, eind december 1980, nog als was het gisteren. ‘We mochten nog geen officiële plaatopname doen, maar ze wilden gewoon eens horen wat wij hadden. En toen op een zaterdag om een uur of tien zijn we naar Heemstede gereden. We mochten in Studio 2, waar we meteen te horen kregen dat dat de mengtafel was waar twee kilo goudcontacten in zaten en dat dat nog de oude tafel uit Londen was waar de Beatles mee op hadden genomen. Nou, je kan je wel voorstellen wat dat voor kick gaf. Dus wij alle instrumenten naar binnen gebracht, soundcheck doen en zo, zeg dat we om een uur of 12 begonnen te spelen. Wij wisten helemaal niet wat er allemaal mogelijk was, dus Lucas tikte af en wij gewoon loos gaan. Ik had dan een paar schotten om me heen staan voor de overspraak en om de drums stonden wat schotten en rond Ton z’n gitaarversterker, maar verder was het aftikken en rammen. En zo hebben we in zes uur tijd die hele elpee er op gezet. ‘Je loog tegen mij’ bijvoorbeeld hebben we maar 1 keer gespeeld. Aftikken, spelen en klaar, het stond erop. Zo hebben we die demo opgenomen. Na die zes uur is Coen met technicus Maarten Proost gelijk die nummers gaan mixen en Hazes was daar toevallig. Die kwam binnenlopen, omdat-ie op de gang ‘Je loog tegen mij’ hoorde. Ik was toen – en nog – een vreselijke fan van hem. Hij kwam binnen en hij was er helemaal kapot van! Daar was ik diep van onder de indruk: André Hazes die dat helemaal te gek vond!’

Ook EMI was heel enthousiast. A&R-manager Gerrit Haak zei: tekenen die band en uitbrengen die plaat. Niets meer aan doen, hij is perfect zo. Harry: ‘Waarop Jean Offenberg meteen begon te stuiteren omdat er een vreselijke basfout in ‘Je loog tegen mij’ zat, maar daar was niet over te lullen: zoals het er op stond, kon het uitgebracht worden. Achteraf blijkt dat Gerrit dat er doorheen gedrukt heeft en groot gelijk gehad heeft.’ 

Maar het heeft diezelfde Gerrit Haak wel enorm veel doorzettingsvermogen gekost om zijn gelijk te bewijzen. Daarover later meer. Voor het zover was, moest er een contract getekend worden tussen EMI en Drukwerk. Drukwerk had ondertussen contact opgenomen met Corry Brokken om tips in te winnen over het tekenen van een platencontract.

Maar vlak Harry Slinger’s eigen zakelijke talenten niet uit! ‘Bij de contractonderhandelingen heb ik gezegd, ik weet het nog goed: ja, maar we hebben nog meer stukken. Kunnen we er geen dubbelelpee van maken? Nee, zeiden ze, geen dubbelelpee. Ja maar wanneer mogen we dan de tweede elpee opnemen? Want ze hadden een optie op een tweede elpee, en dat zag ik gelijk helemaal zitten. Dus ik vroeg wat er verkocht moest worden om een tweede elpee te kunnen maken. Moet je voorstellen, zes uurtjes studio, die plaat had een drol gekost. Nou, er moesten 1500 elpees verkocht worden wilden we een nieuwe elpee op mogen nemen. En toen zei ik: okay, doe ons er maar 1500. We hebben toen op Koninginnedag op het Spui gespeeld en op 1 mei in het Vondelpark op de Dag van de Arbeid, een grote manifestatie, en toen hebben we in twee dagen tijd die 1500 elpees verkocht. Die gingen als warme broodjes over de toonbank. Gewoon tegen kostprijs natuurlijk, dan waren wij er weer vanaf. En we mochten een tweede elpee maken!’

Die eerste elpee, eenvoudigweg ‘Drukwerk’ gedoopt, kwam in april 1981 uit. Een paar weken later werd ‘Je loog tegen mij’ op single uitgebracht. Het nummer was geschreven door Casper Peterson (muziek) en Nico van Apeldoorn (tekst). Oorspronkelijk stond het op het repertoire van de band van – daar is-ie weer – Dolf Planteijdt, Voor Mekaar.

Harry: ‘De originele titel is ‘Terug van Troje’, en het gaat eigenlijk over Odysseus die oorlog heeft gevoerd in Troje en na jaren terugkomt in Athene, waar zijn vrouw dacht: die is allang gesneuveld, dus die was daar liederlijk aan de gang gegaan met hoererij en feestpartijen en noem maar op, en hij kwam dus thuis en vond zijn huis helemaal naar de ratsmodee. Voordat wij die elpee op mochten nemen had Voor Mekaar al tegen ons gezegd: jullie moeten dat stuk gaan spelen, met dat Amsterdamse accent, da’s mooi.

Dus toen we die eerste elpee gingen maken, hebben we dat stuk ook meegenomen. We hebben toen de titel veranderd in ‘Je loog tegen mij’, omdat ‘Terug van Troje’ niets over dat lied zei, vond ik. Ik was zo mesjokke van dat liedje, omdat het aantoont dat al sinds de oude Grieken er eigenlijk niks veranderd is in hoe mensen met elkaar omgaan, elkaar in de steek laten enzovoort. Daarom is het ook een evergreen. En hoewel ik het al duizenden keren gezongen heb in de afgelopen  20 jaar, nog steeds elke keer vind ik die tekst schitterend en dat hele stuk schitterend. Dat gevoel blijft herkenbaar voor iedereen. Knap hoe dat geschreven is, want of je nou links, rechts, arm of rijk bent, het schijnt net die gevoelige snaar te raken: iedereen is bang dat het hem/haar zal overkomen. En wat velen ìs overkomen.’

Maar voordat het de gevoelige snaar van velen kan raken, moet men wel de kans krijgen om het lied überhaupt te horen. En dat lukte voor geen meter. ‘Je loog tegen mij’ kwam in mei 1981 uit en vier mensen van EMI: A&R-manager Gerrit Haak, promotiemedewerkers Mia Plu en Kees Helleman en producer Coen van Vrijberghe, dat kwartet geloofde er zo heilig in, dat ze zich er tot het bittere eind aan toe in hebben vastgebeten. Harry: ‘Terwijl de radioplugger, Frans Meijer, er niet in geloofde. Dat maakte het natuurlijk knap lastig om die plaat gedraaid te krijgen. Uiteindelijk pas in november hadden we onze eerste tv, terwijl het op de radio dus helemaal niet gedraaid werd. Er was één programma waar ze zeiden: nou, laat ze dan maar komen, dan hebben we dat gehad, dan zijn we van dat gezeik af. Dan is het tenminste officieel geflopt. In plaats van dat wij als programmamakers er de schuld van krijgen het de nek om gedraaid te hebben.’

Dat programma was Nederland Muziekland van Veronica, dat die keer werd opgenomen in het Golfslagbad in Scheveningen. Het was Drukwerk’s eerste officiële tv-optreden. (Voor die tijd hadden ze wel al in de Spijker-op-z’n kop Show voor de Schooltelevisie opgetreden.) Uiteraard nam Slinger ook voor dit tv-debuut de regie volledig in handen.

Harry: ‘We moesten daar natuurlijk kleding voor hebben. Ik wou daar wat sjieke pakken voor hebben. Nou kwam ik via-via bij een begrafenisonderneming in de Vondelstraat die zijn kantoor net opgeheven had. Ik was daar om bureaus, tafels, stoelen en zo weg te halen voor het buurthuis waar ik werkte. Ik had een tip gekregen dat er typemachines, archiefkasten, kantoormeubilair, van alles stond. Dus ik met de vrachtwagen die spullen halen voor het buurthuis. Ik loop daar in dat pand te slepen en te sjouwen, en op een gegeven moment doe ik een kast open en wat hangt daar? Tien begrafenispakken. Ik zeg tegen die man: wat doen jullie hier mee? Nou, niks. Mag ik ze meenemen, leuk voor de jongeren om zich te verkleden. Ja, neem maar mee. Dus toen kwam ik bij de band en zei: jongens, ik heb nou wat, helemaal te gek! En toen hadden we die eerste tv, en ik zeg: jongens, dan doen we die begrafenispakken aan! Dat ziet er toch netjes uit?’ De begrafenispakken waren een sterk element in het indruk maken op de Nederlandse kijker, maar de sterkste troef was een ander kledingstuk. ‘In diezelfde periode,’ vertelt Harry, ‘droeg ik vaak een schipperspetje omdat ik zo vaak verkouden was, vooral in de winter. Nou, het was alweer najaar, en Marijke (tegenwoordig Harry’s vrouw) had gezegd: kan je nou niet eens wat vrolijkers opzetten? Toen ben ik naar de Bijenkorf gegaan en zag daar op de damesafdeling zo’n rood rolpetje. Ik zet dat op – je had die vrouwen daar moeten zien kijken – en dacht: dat ziet er wel aardig uit.  Dus ik kom thuis en zeg tegen Marijke: nou, hoe vind je me? En eigenlijk om Marijke te dollen heb ik bij de eerste tv-opname dat rode petje opgehouden.’

Aldus uitgedost komen de vijf Amsterdammers het Golfslagbad van Scheveningen binnen. Harry: ‘Toen was het voorstel dat we daar aan een tafel moesten gaan zitten, daar zou dan een dame bij komen zitten met krulspelden in d’r haar en een peignoir aan, en tegen haar zou ik dan ‘Je loog tegen mij’ zingen. Hadden wij niet bedacht hoor, hou me ten goede. 

Op die tafel zouden wat biertjes komen te staan en de hele band moest dan playbacken. Ook goed. Trouwens, we hadden niet eens een orkestband, want die bestaat niet. We hadden dat nummer namelijk in 1 keer op de band gezet, weet je nog? Toen heb ik voorgesteld aan die regisseur met die bril, hoe heet-ie, Bert van der Veer, misschien is het leuk om in het water te gaan zitten. Nou, dat wij dat wilden, zeg! Dus in het ondiepe gedeelte werd een ronde tafel neergezet met allemaal bier, nog een hele toestand met een hengel om een lamp erboven te kunnen hangen, en dan konden ze het zo filmen dat het eerst leek of we aan tafel zaten met het zwembad op de achtergrond en dan kon die camera zo omhooggaan en dan konden we laten zien dat we in het water zaten. Dus die Van der Veer blij, die denkt: die klanten zijn gek, maar ik vind het best zo. Maar wat hij niet wist is dat ik naar de badmeester gegaan was en tegen hem gezegd had: als de opnames straks beginnen, kan je dan het golfbad aanzetten? Dus wij beginnen: ‘Toen ik thuiskwam was de deur voor mij op slot’, keurig kalm water met mensen die rustig om ons heen zwommen en zo, maar op een gegeven moment begìnt dat water te deinen. Ik moest me echt aan die tafel vasthouden omdat ik anders ondersteboven flikkerde. Fantastisch!’

Ook achter de schermen bleef de aanwezigheid van het Amsterdamse schorem niet onopgemerkt. Harry: ‘Ik weet nog dat Ton een biertje over zijn schouder leeggooide omdat de eerste hem nooit smaakte en die kwam terecht in het fototoestel van Daniël Sahuleka. We hebben ook nog bij een dame die snoep verkocht voor de jeugd haar hele voorraad opgekocht en uitgedeeld aan de jongeren daar. Want wij dachten: we moeten een beetje populair worden natuurlijk. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst! Dus je kunt je voorstellen dat de mensen van EMI dachten: hoe krijgen we dat zooitje hier zo snel mogelijk weg?’

De volgende dag barstte het los. Honderden verkopers in platenzaken werden geconfronteerd met dezelfde vraag: heb je die single die gisteravond op tv was van die gozer met dat rode petje? Niemand wist hoe de band heette, niemand wist hoe dat liedje heette, maar dat rode petje was iedereen bijgebleven. De eerstvolgende zes, zeven jaar zou Harry het niet meer afzetten…

En zo kwam het dat met kerst 1981 ‘Je loog tegen mij’ op nummer 1 in de Nationale Hitparade stond, en een paar weken later ook in de Veronica Top 40. Drukwerk was beroemd. Harry Slinger was teamleider bij een buurthuis, Jean Offenberg werkte bij de gemeente Amsterdam, Joop May was electrotechnicus, Ton Coster werkte bij de PTT, Lucas Huizinga werkte bij Artis. En ineens werden deze vijf Amsterdamse hardwerkende mannen, die bij wijze van hobby een bovengemiddeld succesvol feesten- en partijenbandje hadden, gevraagd voor het ene tv-programma na het andere. Harry: ‘Dus camera-repetitie was er niet bij, daar werden stand-ins voor gebruikt. Wij moesten naar onze bazen! EMI was zo vriendelijk om ons door een zesdeurs Mercedes met chauffeur van ons werk op te laten halen. Daar zaten we, vijf volksjongetjes die in een limousine door Nederland werden gereden. Het was niet te beschrijven. Wij waren ineens de topact en we moesten dus verzorgd worden. ‘Heren, wat gaan we vanavond eten?’ En dan kwamen we langs een snackbar en dan riepen we: ho stoppen! Dus die zesdeurs Mercedes parkeert voor de snackbar, en zo tegen zessen vallen we met een hoop kabaal die snackbar binnen.

In de radiouitzending van de Top 40 waren ze net bij nummer 1, en dat waren wij! Dat lieten we ook wel merken natuurlijk, nou, je had die mensen daar moeten zien kijken! Dus wij daar aan de patat met een bal gehakt, en de platenmaatschappij betaalde dat, dat vonden we helemáál te gek!’  

“TWEEDE DRUK”: DRUKWERK AAN DE TOP!  

‘Sta ik voor de spiegel

En zie ik mezelf staan

Dan denk ik bij me eige:

’t Wordt tijd om terug te gaan!’  

 (Uit: Wat dom, 1982)

 

Drie maanden lang stond ‘Je loog tegen mij’ in de hitparades, en de band kon de enorme vraag naar optredens in zalen en op radio en tv bijna niet aan. Bovendien bouwden de bandleden toen nog steeds zelf hun instrumenten op en braken ze ook na afloop midden in de nacht alles weer zelf af. Tel daarbij op dat de leden alle vijf zoals gezegd een full time baan hadden, en het is duidelijk dat de situatie niet langer houdbaar was. Allereerst werd het tijd voor een professionele manager. Tot dan toe deed Harry’s vrouw Marijke van der Pol de boekingen. Op de hoes van de eerste elpee stond het privénummer van de Slingertjes afgedrukt, en toen ‘Je loog tegen mij’ een hit werd stond de telefoon op hun woonboot aan het Singel dag en nacht te rinkelen.

Drukwerk had het geluk bij het voor hen allerbeste management van Nederland terecht te komen: Bureau Volendam van de gebroeders Jan en Jaap Buys. De Buyzen kenden het klappen van de zweep: al sinds de jaren ’60 waren ze de drijvende kracht achter The Cats en later achter top-acts als de George Baker Selection, de Dizzy Man’s Band en Pussycat. Jan Buys belde op een gegeven moment met Marijke omdat hij een aanvraag had voor Drukwerk.

Jan zei tegen Marijke: ‘Je doet iets niet goed. Je vraagt te weinig.’ Drukwerk was vlak voor de grote doorbraak nog steeds te boeken voor het luttele bedrag van 500 gulden. Jan Buys nodigde Harry en Marijke uit om eens te komen praten; hij had wel wat tips voor ze. Harry: ‘We zijn daar toen naar toe gegaan. En in dat gesprek zeiden ze: wij willen jullie wel gaan boeken, maar geen contract of niks. Geen  exclusiviteitbeding, niks. Gewoon een paar lasten van jullie over nemen. Wij naar huis, ik praten met mensen van EMI en met Tim Griek, de producer van André Hazes. Die zeiden allemaal: dat kan je prima doen. Wij terug naar Volendam. Okay, we doen het, maar we zijn geen beginnend bandje, we hebben een nummer 1 hit, we zijn een pakje roomboter, je hoeft er alleen het beleg nog maar bij te bedenken. En we hadden nog geen ja gezegd of achter elkaar kwamen de contracten voor optredens binnen!’ En uiteraard voor een veel betere prijs dan die 500 gulden.

Zo ontstond de situatie dat de groepsleden voor de keus stonden om hun vaste baan op te geven en een carrière als professioneel muzikant te wagen. Harry: ‘We hebben samen die keus gemaakt van: jongens, alles goed en wel, maar dit houden we niet vol, twee dingen naast elkaar. Denk je dat we het redden om professioneel te gaan? Of denk je dat je het bij je baas kan regelen dat je er een tijdje tussenuit kan? Want je weet natuurlijk nooit hoe lang het duurt. Je kan een eendagsvlieg zijn, en dat waren we ons erg goed bewust.

Maar we wisten ook dat we in de loop der jaren al heel veel hadden gespeeld en heel wat hadden opgebouwd. Dus ik had niet het idee: dit is met één hitje weer afgelopen. Daar was die hit ook veel te groot voor. We stonden er heel anders voor dan met een doorsnee nummer 1 hit.’

Op het moment van de grote doorbraak waren vier van de vijf bandleden de dertig al gepasseerd. Alleen benjamin Lucas Huizinga was pas 22.  Harry: ‘Ik ben daar nu nog steeds ontzettend blij om. Anders was ik gek geworden. Dus dat is alleen maar goed. We waren al wat ouder, we hadden al een stuk geschiedenis, we hadden ook in onze respectievelijke beroepen al een stuk geschiedenis achter ons. Ik was al teamleider, dus ik kon er best twee jaar tussenuit gaan en dan weer aan de slag gaan in het welzijnswerk. Achteraf bleek dat een misrekening te zijn geweest, want de bezuinigingen zijn daarna zo ver doorgevoerd dat ze geen teamleiders meer nodig hadden. Maar ik ben ook het type dat morgen op de markt gaat staan, hoor. Maar goed, het was natuurlijk een wereld-uitdaging. En ik zeg nog steeds: iedereen die de kans krijgt, doen!’

Al in maart van dat jaar kwam het bewijs dat Drukwerk geen eendagsvlieg was. Er werd besloten geen single meer van de eerste elpee uit te brengen, maar meteen die tweede op te nemen. In maart kwam de eerste single daarvan uit, ‘Wat dom’, geschreven door Harry en Ton, en die haalde binnen een maand na uitkomen de vijfde plaats van de Top 40. Ook de twee volgende singles ‘Papa’ en ‘Schijn ’n lichie op mij’, werden hits. En dus namen de Drukwerkers ontslag bij hun respectievelijke bazen, Harry als eerste in maart ’82, Ton als laatste, in oktober, na 19 jaar lang in vaste dienst te zijn geweest bij de PTT. De enige die besloot de sprong niet te wagen was toetsenist Joop May. Hij verliet medio juli de groep, niet langer opgewassen tegen de druk van het enorme succes. Zijn plaats werd ingenomen door Hans van de Berg, godsdienstleraar van beroep en behalve toetsenist ook handig op de gitaar en de saxofoon.

De elpee ‘Tweede druk’ verscheen in september van dat jaar. De eerste elpee was na een half jaar in de Elpee Top 50 te hebben gestaan nog maar net uit de lijst verdwenen, of de tweede stootte door naar de top 10 van bestverkochte langspelers in Nederland.

Behalve de drie eerder genoemde hits stonden ook de aloude successen ‘Wilhelmus van Karbouwen’ en ‘Laat de rijken de crisis betalen’ erop. Maar ook nummers als ‘Ten Katemarkt’ (tegen discriminatie), ‘Gaat het ooit voorbij’ (over de holocaust, geschreven voor Harry’s dochter Esther) en ‘Het gevaar vrede’ lieten horen dat Drukwerk nog steeds een echt linkse band was. Dat vertaalde zich ook in de manier waarop de inmiddels professionele musici financieel te werk gingen. Alle inkomsten, inclusief de auteursrechten van alle door de bandleden zelf geschreven liedjes, vloeiden in één grote pot, vanwaaruit iedereen een gelijk salaris kreeg. Niet alleen de bandleden, maar ook de twee nieuwe werknemers Co Dehé en Sjouke Feenstra, die in april 1983 de Drukwerk-familie kwamen versterken als respectievelijk directeur en roadmanager. Daarnaast had de band een stichting, stichting CRM (Culturele Recreatie met Muziek), die het mogelijk maakte dat er eens per maand een optreden tegen kostprijs werd gedaan voor een door de bandleden bij tourbeurt zelf te kiezen goed doel. Middels die constructie was Drukwerk regelmatig een zeer graag geziene gast in met name tehuizen voor lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten, gevangenissen als Bijlmerbajes en Veenhuizen, en andere niet commerciële instellingen.

Met de komst van Sjouke werd een fraaie gele Mercedesbus aangeschaft en reed Drukwerk in voor hen ongekende luxe over de snelwegen naar optredens in alle uithoeken van Nederland, van Vlagtwedde tot Wervershoof en van Uithuizen tot Sluiskil. Er waren negen stoelen in de bus, maar de vier niet door bandleden ingenomen plaatsen waren zelden of nooit onbezet. Altijd gingen er vriendinnen, vrienden, fans, buren, ouders, kinderen of wie dan ook mee.

En elke keer weer, 150 keer per jaar, was het een onvergetelijke avond uit voor allemaal, de bandleden incluis. Het leven was één doorlopend feest!

Ook de technische ploeg, die Drukwerk zich inmiddels kon permitteren, maakte vast onderdeel uit van de familie. Tussen de soundcheck om 18.00 uur en de start van het optreden rond de klok van 21.00 uur gingen de bandleden, de roadies en de gasten met z’n allen uit eten, een vast en oergezellig ritueel.

Inmiddels was er ook een Drukwerk-fanclub, in januari 1981 opgericht door Jan en Rita Schmitz, en in maart 1983 overgenomen door Yvonne Schuszler. Elke twee maanden verscheen er een fanclubblad, dat in nauwe samenwerking met de band zelf werd gemaakt. Er ging geen editie voorbij of minstens drie van de vijf bandleden schreven er zelf een stukje in. De band tussen Drukwerk en de fans is altijd hecht en zonder drempels geweest. In de kleedkamer na optredens was het altijd een drukte van belang. Fans werden zonder problemen binnengelaten om foto’s met handtekeningen te halen en een praatje te maken met de bandleden. En als de kleedkamer te klein was, gingen de bandleden na afloop de zaal in om met de fans aan de bar een biertje te drinken. Ook gebeurde het regelmatig dat er fans, die op de fiets kilometers over het platteland hadden gepeddeld om naar de feesttent waar Drukwerk die avond optrad te komen, ’s nachts na afloop door de band naar huis werden gebracht, de fietsen in de Drukwerkbus. Eenmaal bij het ouderlijk huis aangekomen stapte het volledige gezelschap de huiskamer binnen om een biertje te komen drinken. Waren pa en ma al naar bed, dan was Harry niet te beroerd om ze even wakker te maken. Zo heeft menig vader en moeder ineens die man met dat rode petje die ze van tv kenden naast z’n bed aangetroffen, roepend: ‘Wakker worden, je hebt Drukwerk op bezoek, dat maak je nooit meer mee!’ Waren de ouders wèl nog op en zaten ze tv te kijken tot hun kroost thuis was, dan zette Ton al binnenwandelend de tv uit met de woorden’ Die film ken ik al.’ Of hij kwam op de fiets van dochterlief de huiskamer binnenscheuren met de vraag waar de schuur zich bevond, nauwelijks de diverse meubels ontwijkend.

De volgende keer als de band dan in hetzelfde dorp kwam spelen, stonden die ouders ook in de zaal mee te zingen en te dansen.

De fans woonden door het hele land, waren van alle leeftijden en kwamen uit alle lagen van de bevolking. De meest fanatieke, vaste kern bestond vooral uit jongens en meisjes in de leeftijd van 15 tot 25 jaar, die hun liefde voor Drukwerk deelden met hun liefde voor Amsterdam en Ajax. Ook de jongens van de F-Side zijn altijd fervente Drukwerk-supporters geweest.  

“(N)IEMAND WINT”: EEN EDISON!  

‘Slaap in het donker vrouw slaap met de nacht

Omarming heeft de droom ons gebracht’  

(Uit: Cel bij nacht, 1983)

 

In de zomer van 1983 gaat Drukwerk, opnieuw onder de productionele leiding van Coen van Vrijberghe, de studio in om de derde elpee op te nemen, met de cryptische titel “(N)Iemand wint”. Op de hoes ontworpen door Jan Fijnheer, naar idee van de band, zie je nog de hand van Coen aan het puzzelen. De titelsong is wederom een cover van Bob Dylan, van een Nederlandse tekst voorzien door Harry. Het is een ode aan een aantal overleden vrienden uit de directe omgeving van de band. Verder staan er een aantal liefdesliedjes op, zoals ‘Je kunt me wel raken’, ‘Ik wil niet meer terug’, ‘Zilver’ en ‘’n Weekend’, in wisselende combinaties geschreven door Harry, Hans en Ton.

Het linkse, maatschappij-kritische element is vertegenwoordigd in de songs ‘Bezuinigen’ van Peter Zwerus en Harry, en ‘Onder mijn dak’ van Harry en Ton.

Heel bijzonder is het nummer ‘Cel bij nacht’, een tekst samengesteld door Hans van de Berg uit gedichten van Jan de Greeff (de Rooie), de overleden man van Adrie Benschop, die hij haar had geschreven vanuit de gevangenis. Speciaal voor een aflevering van de talkshow van Tineke de Nooy, waarin Adrie Benschop, een Nederlandse vrouw die met ter dood veroordeelden in de VS correspondeert, hebben Hans en Ton dit lied geschreven. Verder zijn Casper Peterson en Nico van Apeldoorn, de makers van ‘Je loog tegen mij’, opnieuw vertegenwoordigd met twee stukken, ‘Eddy’ en ‘Hee Amsterdam’. De eerste single is ‘Lijn 10’, een nummer van Hans van de Berg. Helaas komt dit werkje niet verder dan de tipparade. De tweede single ‘Hee Amsterdam’ komt na een bijna net zo moeizame start als ‘Je loog tegen mij’ na drie maanden uiteindelijk toch de top 40 binnen, in december 1983, en wordt daarmee de zesde top 20-hit in twee jaar tijd.

Kort daarvoor vindt het legendarische optreden in het Amsterdamse Concertgebouw plaats. Harry vertelt daarover: ‘Ik vond dat we maar eens een groot concert moesten geven, twee jaar na onze doorbraak. In het Concertgebouw hadden de groten der aarde gestaan, dus ik dacht: dat moeten wij ook  maar eens een keer doen. Zodoende ben ik met Co Dehé naar het Concertgebouw gegaan en ja, dat soort grote popconcerten deden ze niet meer, want het gebouw was niet meer in zo’n goeie staat. Dus toen vroeg ik: kunnen we het ook huren? Nou, dat kon. Op maandagavond. Okay, wat kost die tempel? Iets van 40, 50 duizend gulden. Nou, dat moeten we dan maar gewoon doen. Toen hebben we met EMI afgesproken dat we er een live-elpee op zouden nemen. Ja, dat optreden… Als je dat toch als jongetje van de Bloemgracht uit de Jordaan weet te bereiken, dat je ook een keer staat waar de groten der aarde hebben gestaan, dat is toch wel een kick.

Men vraagt mij wel eens: “Wat is je drijfveer?” Dat is toch - zeker als ik in dat soort tempels speel – dat gevoel van: dit zou mijn vader eens moeten zien. Altijd iets van: kijk, pap, ik ken een kunstje.’

Terwijl Drukwerk het Concertgebouw plat speelt en voor de zesde keer een grote hit scoort, besluiten Hans van de Berg en Jean Offenberg er een punt achter te zetten. Harry: ‘Hans was al die tijd godsdienstleraar gebleven , dat wilde hij niet loslaten, en hij kreeg toen zijn tweede kind en het werd hem allemaal te veel. Dus hij koos voor zijn gezin. Hij hield het gezien. Met hem is er nooit een conflict geweest. En waarom ging Jean er ook alweer uit? Ik had wel een paar conflicten met hem gehad. Bijvoorbeeld: Jip Golsteijn van De Telegraaf wilde een interview met Drukwerk. Als ik dan zei: wie wil je spreken?, dan zei-ie: jou. Dan zei ik: wie zal ik meenemen?, en zei hij: ik heb verder met die band niks te maken, ik wil alleen jou. Jean reageerde dan met: “Dat doe jij expres. Jij eist dat op. Jij wil de belangrijke man wezen.” Maar dat was natuurlijk onzin! En ik vraag me af: wat had-ie ermee willen doen? Denkt-ie dat ie daarmee meer carrière had gemaakt? Het lullige was, als je nou een hekel aan iemand hebt, dan is het geen probleem. Maar ik heb nog steeds bij alle mensen die in Drukwerk hebben gespeeld een zeer warm gevoel. Maar hij nam mij dus kwalijk dat ik teveel aandacht kreeg. Dat heb je altijd als frontman, als zanger heb je meeste aandacht. Ik vertolkte de liedjes, ik schreef ook veel liedjes. Ik kon daar niks aan veranderen.  Ik kon moeilijk tegen Jip zeggen: je krijgt Jean Offenberg en anders heb je pech gehad.’

En dus gaf Jean de basgitaar terug aan de man van wie hij hem in september ’81 had overgenomen: Hans Witteveen. ‘Wippesteyn’ was al vrij snel na zijn vertrek uit de band teruggekeerd als geluidsmixer en roadie, en nu klom hij weer op het podium. Om een nieuwe toetsenist aan te trekken plaatste Drukwerk een advertentie in de Telegraaf: ‘Topband zoekt toetsenist’.

De 22-jarige student Engels Edwin Gitsels reageerde voornamelijk uit nieuwsgierigheid welke band zichzelf ‘topband’ durfde te noemen. Er kwamen slechts drie brieven op de advertentie (hadden ze de naam ‘Drukwerk’ er maar bij moeten zetten) en alleen Edwin’s brief leek serieus genoeg om hem voor een gesprek uit te nodigen. Na twee uurtjes borrelen in de kroeg met de hele band was het duidelijk dat het klikte en werd hij aangenomen. ‘Moeten jullie me niet eerst horen spelen dan?,’ vroeg hij nog. ‘Welnee,’ zei Harry, ‘als je niet kan spelen schrijf je toch niet op zo’n advertentie?’

Op 1 januari 1984 ging Drukwerk in de nieuwe bezetting van start. Nog diezelfde maand kwam de live-registratie van het Concertgebouw-optreden uit. Eind januari ging de band de studio in om ‘Onder mijn dak’ van de elpee ‘(N)Iemand wint’ opnieuw op te nemen. Het werd de derde single van de elpee, maar helaas haalde het nummer de hitparade niet. Hoewel ‘(N)Iemand wint’ dus maar één hit opleverde, kwam de bekroning op 1 mei alsnog toen Drukwerk uit handen van Johnny Jordaan de Edison in de categorie ‘Volkse muziek’ mocht ontvangen in een door Willem Ruis gepresenteerd live-gala. Vlak voordat de band daar live ‘Onder mijn dak’ ging spelen, ging de zender op zwart vanwege een bommelding! De Drukwerkers speculeerden onderling wie van de andere twee genomineerden in dezelfde categorie daarachter zou zitten: Corry Konings of Vader Abraham…
 

“HO STIL WACHT STOP”: DRUKWERK GAAT IN ZAKEN  

‘Want er is ook nog liefde

En er is ook nog gein

Wat is er nou mooier

Dan onder vrienden te zijn?’  

(Uit: Ho stil wacht stop, 1984)

 

Terwijl de zegetocht langs de feesttenten, zalen en discotheken van Nederland onverminderd doordendert en Drukwerk in 1984 het absolute record van 175 optredens behaalt, waren er een paar problemen die een gezamenlijke oplossing blijken te hebben. Het eerste was dat de oefenruimte waar Drukwerk altijd repeteerde, United Sweat van Coen van Vrijberghe, zo vaak bezet was dat de nog vaker bezette bandleden nauwelijks de tijd konden vinden om daar aan het werk te kunnen. Het tweede was dat Harry en Marijke het wonen op een woonboot zo zoetjes aan wel gehad hadden, terwijl Edwin het zat was om in onderhuur bij zijn ex-vriendin te zitten. Het derde was dat Drukwerk BV zo onderhand wel eens toe was aan een kantoor waar Co Dehé zijn werk kon doen, waar de band kon vergaderen en waar relaties ontvangen konden worden voor zakelijke besprekingen. Al deze problemen verdwenen als sneeuw voor de zon door de aankoop van een prachtig grachtenpand op de hoek van het Singel en de Brouwersgracht. In de kelder kon de band repeteren, op 1 hoog kon Co kantoor houden, op 2 hoog konden Harry en Marijke wonen en op 3 hoog Edwin. Bleef over de begane grond en de vierde etage. Er bleek een horecabestemming op het pand te zitten, dus was het idee snel geboren: laten we een ontmoetingsplaats voor onze fans creëren, een soort fanclubhuis. Zo opende Café Drukwerk haar deuren. De man van fanclubvoorzitster Yvonne, Karel Schuszler, werd aangenomen als kroegbaas en de Schuszlers namen hun intrek op de bovenste etage.

Als kroon op het geheel plaatste Edwin’s vader een levensgrote rode pet op de klokgevel, zodat in de wijde omtrek en vanuit de rondvaartboten te zien was wie daar huisden.

Terwijl het kort daarvoor volledig uitgebrande pand geheel naar de wensen van de nieuwe bewoners werd herbouwd, kwam in augustus de eerste nieuwe single van het vijfde album van Drukwerk uit. Deze elpee, die al in april werd opgenomen, was vernoemd naar het door Hans Witteveen geschreven werkje ‘Ho stil wacht stop!’ Er staan twee van een door Harry geschreven Nederlandse tekst voorziene covers op, ‘Kapsones’ (een cover van ‘The great pretender’ van The Platters) en ‘Achmed’ (‘Get Back’ van The Beatles), een compositie van Ton -  het funky ‘Kanjer’-  en de overige acht nummers kwamen uit de koker van nieuweling Edwin Gitsels. Zes daarvan zijn teksten van Harry, door Edwin van muziek voorzien. Voor ‘Michiel’, een ballad over een jongetje wiens ouders gaan scheiden, schreef Edwin tekst èn muziek en ‘Carolien’ tenslotte is een bewerking van twee nummers van het vorige bandje van Edwin, Tape Running. De tekst is van Jacky Everwijn, buurvrouw van Harry toen hij nog op de woonboot woonde. EMI koos voor ‘Carolien’ als single, en dat bleek een schot in de roos, want op de dag dat de bandleden naar Heemstede reden om te onderhandelen over een nieuw contract met de platenmaatschappij, 1 september 1984, bombardeerde Veronica het lied tot Alarmschijf. Daarmee was een hit verzekerd, en een stevige aandacht voor de diezelfde maand te verschijnen nieuwe elpee gewaarborgd. Een mooiere uitgangspositie voor een nieuw contract kon je je bijna niet voorstellen, en zo geschiedde: Drukwerk tekende voor twee jaar bij.
 

Uiteraard wist Harry opnieuw iets extra’s uit deze voordelige situatie te slepen. Hij bedong groen licht en een budget voor het opnemen van zijn grote droomwens: een elpee met liedjes van Wim Sonneveld.

Twee weken later was het groot feest op het Singel. Duizenden mensen waren er getuige van hoe wethouder Jan Schaeffer Café Drukwerk, de bedevaartplaats voor Drukwerk-fans, officieel opende. Van het feit dat er voor het café nog geen vergunning was afgegeven, was Jan Schaeffer niet op de hoogte. Direct na het lint doorknippen werd hij door een ambtenaar op de schouders getikt met die mededeling. Jan Schaeffer reageerde fel met: “Dan ga je dat nu als de flikkerij in orde maken”. Twee dagen later lag de vergunning op de deurmat.

Drukwerk gaf een spetterend openingsoptreden en vanaf dag 1 was het kroegje een daverend succes. De bandleden waren er regelmatig te vinden, er werden allerlei krankzinnige feesten georganiseerd, zoals een skifeest in hartje zomer en een tropical feest in zwemkleding midden in de winter, en elke zondag was er een live radio-uitzending van radiopiraat Star, waar bekende artiesten als Normaal, De Havenzangers, Circus Custers en veel jong talent als René Froger, Gordon, enz. acte de presence gaven.

‘Carolien’ behaalde ondertussen de 12e plaats in de hitparade, en op 8 oktober kwam ‘Ho Stil Wacht Stop’ uit, die het onmiddellijk tot elpee van de week schopte bij Veronica en in de Hitkrant, en ook in diverse andere kranten en tijdschriften lovend werd ontvangen. Op 1 november kwam ‘Kapsones’ op single uit, en hoewel dit nummer de Top 40 net niet haalde, stond-ie wel drie weken lang op nummer 2 van de tipparade. Inmiddels had Drukwerk besloten dat het Concertgebouw-feest van het jaar daarvoor nog maar eens dunnetjes overgedaan moest worden. Dit keer werd Carré afgehuurd, en op 18 november stond het legendarische theater aan de Amstel op zijn grondvesten te schudden. Er werden tv-opnames gemaakt, die pas zeven maanden later door Veronica werden uitgezonden. De fanclub overschreed in december voor het eerst de 500 leden. En in januari 1985 volgde de bekroning van dat uiterst succesvolle jaar: Drukwerk kreeg de Veronica Award voor Beste Nederlandstalige Groep van 1984! Diezelfde maand kwam de derde en laatste single van ‘Ho Stil Wacht Stop’ uit, ‘Michiel’.

Hoewel Drukwerk er een stuk of vier tv’s mee had, onder meer tijdens de Elfstedentocht van dat jaar, flopte de single jammerlijk. Voor het eerst kwam een Drukwerk-single èn niet in de Nationale Hitparade èn niet in de Tipparade van de Veronica Top 40 binnen…  

“’N DEEL VAN JOU”: DE EERSTE HAARSCHEURTJES  

‘Je hebt jaren gekend van succes en geluk

En werd op handen gedragen

Maar in de tijd dat ’t slecht met je ging

Konden vrienden soms weinig verdragen’  

(Uit: ’t Is weer fijn langs de lijn, 1985)

 

1985 was door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Jongerenjaar. En natuurlijk was dat voor de band van voormalig jongerenwerker Harry Slinger, een band die bekendheid verwierf met een lied over zich vervelende jongeren in Amsterdam-Noord, een uitgelezen kans om te laten horen dat zij nog steeds stond voor de goede zaak. Het idee ontstond om een EP uit te brengen met vier stukken die met het Jongerenjaar te maken hadden. Dat werden ‘Jong is toekomst’, speciaal voor dit doel geschreven door Harry en Edwin,

‘Vaarwel welvaart’, een ingezonden tekst van ene Bobeldijk Junior, op muziek gezet door Edwin, ‘Voor mekaar’, een tijdloos topstuk van de gelijknamige band, en een bluesversie van ‘Ik verveel me zo’. EMI wilde echter niet investeren in dit project: ze geloofden er niet in dat daar geld mee verdiend kon worden. Het feit dat ze zich contractueel hadden vastgelegd aan een Sonneveld-elpee vonden ze al riskant genoeg. Maar daar lieten Slinger en de zijnen zich niet door tegenhouden. Tussen Kerst en Oud & Nieuw 1984, toen de EMI burelen volledig verlaten waren in verband met de kerstvakantie, dook Drukwerk doodleuk de studio in en nam de vier nummers op, uiteraard wederom onder leiding van Coen van Vrijberghe. Inmiddels toonde de FNV serieus interesse in het plan om deze Jongerenjaar EP als cadeautje aan al hun 500.000 leden uit te delen. Helaas kwam dat idee er bij de hoogste FNV-leiding niet door. Ook EMI zag er niet veel brood in om het EP’tje commercieel uit te brengen. Het moge duidelijk zijn dat de relatie tussen artiest en maatschappij daar niet door verbeterd werd. Uiteindelijk kwam het plaatje in maart ’85 alsnog uit, maar promotioneel wist EMI er totaal geen raad mee en dus ging het project roemloos ten onder.

Eind februari was Drukwerk begonnen met de opnamen van de zesde elpee. Gewapend met 15 zelfgeschreven, in de eigen repetitieruimte compleet uitgewerkte en gearrangeerde stukken kwam de groep de studio binnen. Inmiddels kenden de vijf bandleden wel zo’n beetje het klappen van de zweep, waardoor de rol van producer Coen van Vrijberghe enigszins gemarginaliseerd werd. Na twee opnamedagen had Coen daar dermate veel moeite mee dat hij aankondigde op te stappen. ‘Jullie zijn prima in staat zelf deze elpee te produceren, ik ben overbodig geworden,’ zei hij. Het kostte de band de nodige overredingskracht om hun producer toch binnenboord te houden, en uiteindelijk bleef Coen en maakten ze gezessen het project af.

De nieuwe stukken waren vrijwel allemaal gecomponeerd door Edwin, op één na, ‘Gelukkig Rijk’ van Ton. De teksten waren voor de helft van Harry en voor de helft van Edwin. Ook Jacky Everwijn, de tekstdichtster van ‘Carolien’, was weer vertegenwoordigd met ‘Schlemiel’.

Er was nog één maatschappij-kritisch nummer bij, het tegen de Russisch-Amerikaanse kernwapenwedloop gerichte ‘Ik wil zonneschijn’; de overige 13 stukken waren liedjes over relaties (‘Wat niet weet wat niet deert’, ‘Stromend water’, ‘Zonder hem’, ‘Kom terug’, ‘Schlemiel’), over de gestorven hond van Edwin (‘Het laatste eerbewijs’) , over het artiestenvak (’n Deel van jou’) en cabareteske onderwerpen als de automatisering (‘Mister Chip’), sadomasochisme (‘Zwart leer’) en een positieve levenshouding (‘Maak er wat van’).

Na de eerste luistersessies met de platenmaatschappij werd besloten om ‘Kom terug’ op single uit te brengen, een rock& roll-nummer over een jong verliefd Amsterdams stel waarvan er één naar Lelystad verhuist.

De favoriet van manager Jan Buys was echter ‘Het laatste eerbewijs’. Hij draaide het nummer op zijn sterfbed grijs. Eind ’84 werd bij hem kanker geconstateerd; op 4 mei 1985 overleed hij op slechts 48-jarige leeftijd. Jan was van onschatbare waarde voor de successtory van Drukwerk. Hij wist precies hoe hij dat losgelaten stelletje Amsterdamse branieschoppers in de hand moest houden zonder hun spontaniteit en creativiteit in te dammen. De ommekeer van een anarchistische feesten- en partijenbandje naar een professionele popgroep is voor een groot deel aan hem te danken. Vanzelfsprekend gaf Drukwerk na zijn overlijden het management in handen van zijn broer Jaap.

‘Kom terug’ wordt in juni uitgebracht; het nummer doet helemaal niets. Radio en tv negeren het singletje compleet, alleen de piratenstations draaien het. Zelden was een Drukwerk-single zo verpletterend geflopt.

Maar kort daarop wordt Harry gevraagd door producer Hans van Eyck, de vroegere pianist van de Tee Set en de latere huiscomponist van de firma Endemol, om samen met het Nederlands Elftal het voetballied ‘”t Is weer fijn langs de lijn’ op te nemen. Deze single is bedoeld om de toenemende agressie rond het voetbalveld op een ludieke manier een halt toe te roepen. Dit doel is, zo leert de geschiedenis, compleet mislukt, maar het plaatje werd wel een hit! En dat terwijl het Nederlands Elftal er geen noot op gezongen heeft: het meelallende mannenkoor bestaat geheel uit de overige vier Drukwerk-leden, een keer of 5 overal elkaar heen opgenomen. De spelers van Oranje zijn alleen in de studio geweest om de foto die op het hoesje staat en waarop het lijkt alsof ze met Harry samen een plaatje staan op te nemen, te maken.

De nieuwe elpee lag nog steeds op de plank, dus besloot EMI om het geflopte ‘Kom terug’ eraf te halen en te vervangen door ’t Is weer fijn langs de lijn’. Ondertussen was er nòg een actielied bijgekomen. In september werd er in samenwerking met de Nederlandse overheid een grote tv-actie gehouden ter bevordering van het schoonhouden van ons land. ‘Nederland schoon’ heette die actie, en Drukwerk werd gevraagd om een actielied op te nemen. Dat werd de dubbele A-kantige single ‘Nederland schoon’ (tekst & muziek: Edwin Gitsels) en het Wim Sonneveld-lied ‘Loflied op Dora’, over een schoonmaakster die ‘de binnenboel en de buitenboel doet’. Voor de tweede en laatste keer in de geschiedenis maakte Drukwerk een heuse videoclip, voor ‘Nederland schoon’, die in de Veronica tv-actie wordt uitgezonden. (De eerste keer was een clipje voor ‘Hee Amsterdam’, gemaakt door het team van AVRO’s Toppop). In de clip speelde de moeder van de fanclubvoorzitster Greet Boerstra de rol van Dora, een rol die ze in die periode met veel verve op menig podia in Nederland vervult. Greetje (Harry’s tweede moeder) is inmiddels 86 jaar en wordt door velen nog steeds met ‘Dora’ aangesproken. 

Vanwege de vele publiciteit rond deze actie werd ook ‘Nederland schoon’ op de nieuwe elpee gezet. ‘Mister Chip’ werd verbannen naar de B-kant van ‘Het laatste eerbewijs’, dat in november 1985 werd uitgebracht. Het nummer kreeg wat meer airplay dan ‘Kom terug’, maar verkoopt nauwelijks. De in oktober eindelijk verschenen elpee ‘”n Deel van jou’ was, bij gebrek aan hits, de eerste Drukwerk-elpee die de Elpee Top 50 niet haalde.

De fans kon het allemaal weinig schelen.

De fanclub telde opnieuw een record aantal leden, meer dan zeshonderd, en in een enquete noemden ze allemaal ‘”n Deel van jou’ als de mooiste Drukwerk-elpee ooit. Bovendien speelde de band nog steeds een slordige 150 keer in het land en zaten de zalen onverminderd vol. Opvallend was wel dat de optredens zich steeds meer boven de grote rivieren concentreren; in Brabant en Limburg wordt Drukwerk zelden geboekt. Om daar eigenhandig wat aan te doen besloot de groep een theatertoertje in met name de zuidelijke provincies te organiseren.

Dat was meteen een goeie vingeroefening voor het grote, voor 1986 geplande Sonneveld-project.

‘PETJE AF VOOR SONNEVELD’: HET BEGIN VAN HET EINDE  

‘Haal ’t doek maar op, doe ‘t licht maar an

Dan zal ik je eens even laten zien wat ik kan’  

(Uit: Ik zou nooit iets anders willen zijn, 1986)

 

Op de dag dat ‘Carolien’ Alarmschijf werd en Drukwerk een nieuw contract tekende met EMI  werd de afspraak gemaakt dat er een elpee vol bewerkingen van liedjes van Wim Sonneveld gemaakt mocht worden, een zogenaamde project-elpee. Tegen de tijd dat deze plaat daadwerkelijk uitgebracht werd, januari 1986, was de situatie behoorlijk veranderd. ‘Carolien’ bleek de laatste single waarmee Drukwerk de Top 40 haalde (‘’t Is weer fijn langs de lijn’ niet meergerekend). Van de daaropvolgende zes singles haalden er twee de tipparade en dat was ‘t. ‘Ho Stil Wacht Stop’ was nog redelijk succesvol, maar ‘n Deel van jou’ was voor Drukwerk-begrippen een regelrechte flop. Tegen die achtergrond was het een bepaald risicovolle onderneming om zo’n gewaagd project als ‘Petje af voor Sonneveld’ uit te brengen. Het kon alle kanten op: het kon een groot succes worden, maar evengoed een enorme mislukking. Spannende tijden braken aan.

De release van de Sonneveld-elpee zou vergezeld gaan van een theatertournee met dezelfde naam: ‘Petje af voor Sonneveld’. Voor de pauze speelde Drukwerk eigen repertoire van door de jaren heen, grotendeels in een nieuw theaterjasje gestoken, en na de pauze stukken van Sonneveld. Edwin had de Sonneveld-stukken van een nieuw, eigentijds arrangement voorzien, zijn vader had het décor ontworpen, en Kees Prins, later bekend van Jiskefet en zijn rol van Johnny Jordaan in de tv-serie “Bij ons in de Jordaan”, werd aangetrokken als regisseur. Al in september van 1985 was Drukwerk de studio ingegaan om de elpee op te nemen. Voor het eerst promoveerde de groep van Studio 2 met 16 sporen naar Studio 1 met 24 sporen. Theaterdier Coen van Vrijberghe was als producer weer helemaal in z’n element, hij geloofde net als de band heilig in het project.

Elf dagen voor de presentatie van de elpee werd Harry onderscheiden met de Bob Scholte-ring, een belangrijke prijs voor zangers en zangeressen, en een mooie opsteker op een uitstekend moment.

Op 27 januari was het zover: in de foyer van het Nieuwe de la Mar-theater werd het eerste exemplaar van de Sonneveld-elpee aan de band uitgereikt door niemand minder dan cabaretkenner Wim Ibo, die ook een aantal lovende woorden op de hoes had geschreven. Sonneveld’s voormalige vriend en tekstschrijver Friso Wiegersma was erbij, en ook de broer en het nichtje van Sonneveld waren gekomen om hun zegen aan het project te geven. Het mocht niet baten.

Onder leiding van o.a. radiopresentator Herman Stok en journalist Jacques d’Ancona stak er een orkaan van protest op tegen de plaat, waarbij termen als ‘heiligschennis’, ‘grafschennis’ en ‘posthume verkrachting’ niet van de lucht waren. Harry relativeert: ‘Je moet je goed realiseren, dat repertoire was voor velen heilig op dat moment. Daar mocht je niet aankomen. Wij hebben dat werk opengebroken, waarna zelfs André van Duin en Rob de Nijs en vele anderen stukken van Sonneveld hebben opgenomen en dat ook in alle vrijheid konden doen. Daar is nooit meer kritiek opgekomen. Ik vind het nog steeds een fantastische elpee. Maar het is commercieel gezien vreselijk mislukt. Misschien waren we wel een paar jaar te vroeg. Het heeft me niet echt geraakt, die kritiek. We hebben Sonneveld nooit nagedaan, dat was onze insteek helemaal niet. We wilden alleen maar laten zien dat dat repertoire tijdloos was.’

Een week na de premièreparty van de Sonneveld-elpee speelde Drukwerk op het jaarlijkse voetbalgala waar de Gouden Schoen voor de beste voetballer van het jaar werd uitgereikt, georganiseerd door de KNVB en dat jaar uitgezonden door de KRO. Een paar maanden daarvoor had Harry een hit gehad met ‘”t Is weer fijn langs de lijn’, dus dat paste perfect. In overleg met de organisatie werd besloten dat Drukwerk die stugge voetbalbobo’s een beetje los zou spelen voordat de uitzending begon, en in de uitzending twee voetballiedjes zou doen, ‘’t Is weer fijn langs de lijn’ en ‘Ome Thijs’ van Sonneveld. Die promotie in zo’n goed bekeken show kon de band goed gebruiken en dus waren ze bereid te investeren in het inhuren van de roadies en het neerzetten van hun complete podiuminstallatie om een live-optreden te kunnen doen. Naast Drukwerk zouden ook Mai Tai en de Margriet Eshuijs Band een optreden verzorgen.

Het gala werd overdag opgenomen in het Philips Ontspanningscentrum te Eindhoven en zou diezelfde avond worden uitgezonden door de KRO. Na een dag hard werken waren de bandleden net op tijd thuis om om negen uur thuis op de bank naar de vruchten van hun verrichtingen van die dag te kunnen kijken. Maar al wat er kwam: geen Drukwerk. De band was er simpelweg uitgeknipt, en de KRO had geen contact opgenomen om te laten weten dat er wat was gebeurd, laat staan waaròm! Harry: ‘Ik was zó laaiend! Al hadden die lulkoeken maar verzonnen dat er een technische reden voor was, dan had ik daar nog vrede mee gehad. Maar niets, helemaal niets. Dus ik was woest. En dan ben ik die driftige opstandige Amsterdammer die denkt van: ja, je kan me naaien, maar er blijven grenzen. We hadden er veel geld aan uitgegeven , met een paar honderd gulden als onkostenvergoeding. Dus ik denk: ik ga naar Hilversum, naar de KRO. Ik had nog geen idee waarom. Ik wilde de directie spreken of zo. Alsof die ’s avonds daar nog op kantoor zitten te werken. Als het goed is natuurlijk wel, maar die gaan om vijf uur naar huis. Nou had ik toen nog geen rijbewijs, maar Marijke had een autootje. Ik wilde een taxi nemen, maar Marijke dacht: ik rij hem er wel naar toe, dan kan ik hem onderweg kalmeren. Dus zat ze op me in te praten, maar het werd Weesp, het werd Naarden, het werd Laren en ik werd steeds kwader en kwader. Godverdomme, wij werken ons de pleuris, we steken er geld in en we worden er uit-ge-knipt! Uiteindelijk komen we daar op de Emmalaan en Marijke zei toen we uitstapten: wat ga je nou doen? Ik zie daar die glazen pui, ik zie een losliggende steen en ik dacht: die pui gaat eraan! Toen was er echt niemand die me meer tegen kon houden. Dus ik ga er eens goed voor staan en klabang! De eerste keer stuiterde die steen terug, pas de tweede keer ging die hele deurpartij eraan. Ik moet je eerlijk zeggen: ik heb in mijn hele leven nog niet zo’n opluchting gevoeld als toen. Het was gebeurd, het was eruit, en de gevolgen interesseerden me geen bal. Ik was meteen weer vrolijk. Toen reden we naar huis en onderweg naar huis bedacht ik me dat daar twee gewone portiers zaten die daar ineens met een chaos van glas zaten en zich de pleuris geschrokken moeten zijn. En ik realiseerde me ineens: niemand weet wie dat gedaan heeft! Dat heeft geen enkel effect.

Dus toen ik thuiskwam is het eerste wat ik gedaan heb de KRO gebeld: ‘Met Harry Slinger, ik wil even m’n excuus aanbieden…’ ‘Ja daar hebben we nu geen tijd voor, want het is een chaos hier.’ ‘Ja daar gaat het nou juist om, dat was ik.’ Dus ik het uitleggen. Daar liep natuurlijk recherche in de rondte en die kregen meteen van die portier te horen: Harry Slinger van Drukwerk heb ’t gedaan omdat-ie uit het programma geknipt is. Twee uur later staat dat op de telex en weer een uur later gaat de telefoon: Henk van der Meyden. Er is beweerd dat ik Henk heb gebeld, maar ik heb Henk niet gebeld. Henk heeft dat van de telex afgehaald. Dus de volgende dag stond het op de voorpagina van de Telegraaf. Ik heb nog nooit zoveel bloemstukken van collega’s en mensen uit het vak gehad! Dat was niet te filmen, gelukstelegrammen, noem maar op.

Er werd een actiegroep opgericht “de bezem door Hilversum” Ik kreeg zelfs een gouden steen en een zilveren hangertje aangeboden. Ik had in 14 dagen 5 pagina’s Telegraaf.

En met de KRO is het uiteindelijk keurig opgelost. Ik heb de deuren betaald en we kregen vervangende tv-optredens. En toen de KRO, de AVRO en de NCRV in 1999 hun nieuwe, gezamenlijke pand openden, wie werd er toen uitgenodigd om te komen zingen? Slinger! Toen heb ik dat uiteraard nog even aangehaald, en gezegd dat ik erg blij was dat ze nu een pand met zoveel glas hadden gebouwd. Achteraf kwam er een man naar me toe en die zei: “Ik was de portier die avond, ik ben me de pleuris geschrokken. Wat leuk dat ik je nou eens ontmoet.”’

In diezelfde veertien dagen dat de media zich op De Steen stortten, stond Drukwerk op twee belangrijke, succesvolle festivals: op 5 februari in de Martinihal in Groningen, met o.a. de Golden Earring en de Time Bandits, en op 14 februari in het Concertgebouw in Amsterdam, met o.a. George Baker, Piet Veerman en Annie Schilder. Maar de belangrijkste avonden volgden op 19 en 20 februari in Theater Agora in Lelystad. Daar ging de Sonneveld Theatershow in première, de 19e voor de fanclub en vrienden en familie, de 20e de officiële première voor publiek en pers. En al was het erg wennen om die losgeslagen feestband ineens een keurige theatershow te zien doen: het publiek genoot zichtbaar. De pers had een makkelijke avond: de recensies waren voor aanvang al bedacht: het was per definitie ‘not done’ dat een groepje gewone Amsterdamse jongens die begonnen waren op de barricaden bij krakersacties, in buurthuizen en op bruiloften en partijen zich waagden aan het heilige Sonneveld-repertoire, nota bene in Het Theater! Dat was toen nog zo, in 1986.

De theatertour bestond uit 12 voorstellingen, de laatste in De Nieuwe de la Mar in Amsterdam. De bezoekersaantallen varieerden van enkele tientallen tot een volle bak. Er kwamen na afloop in de foyer alleen maar positieve reacties. Drukwerk zelf genoot ook enorm van het verwezenlijken van deze droom, al zou het op dat gebied hierbij blijven.

De elpee stond nog wel zes weken in de Elpee Top 50, maar voor de singles ‘Sonneveld Souvenirs’, een medley van Sonneveld successen, en het Drukwerk op het lijf geschreven ‘Ik ben m’n petje kwijt’ bleef het bij redelijke radio-airplay en een enkel tv-optreden. Meer kon er ook niet verwacht worden, want EMI had al besloten de banden met Drukwerk te verbreken en het in augustus verlopende tweejarige contract niet te willen verlengen. Het conflict dat daaraan ten grondslag lag ging met name over de kritiek die Drukwerk had op het beschikbare promotiebudget. Harry: ‘Daar kwam bij dat er ik weet niet hoeveel geld werd gestoken in vage semi-artistieke bandjes als Mekanik Kommando en Sammy America’s MAM en weet ik veel, en dat er tonnen werden gestoken in artiesten als Rob de Nijs die opnam op Barbados en afmixte in Londen. De levensgrote De Nijs-poppen stonden in de platenzaken, terwijl hij toen net zo min hits scoorde als wij. We hadden toen contractverlengingsbespreking en ik vroeg aan EMI: wat is er beschikbaar voor promotie voor Drukwerk? Wat is het budget?

Wij rammen in één week in Studio 2 een elpee eruit, dat kost een drol, en anderen zitten maanden in dure hotels en in Studio 1, waar komt dat geld vandaan? Wie heeft dat verdiend? Wij! Daar is toen een conflict om ontstaan, mede door directiewisselingen daar, en omdat het nationaal product door gebrek aan landelijk succes minder hoog op de ranglijst stond. Dat is ernstig geëscaleerd.’

Twee maanden later haakte ook Coen van Vrijberghe af. Hij had besloten te stoppen met produceren en zich op zijn acteercarrière te storten. Met succes: vooral als Johnny Flodder in de tv-serie ‘Flodder’ vierde hij triomfen, maar ook in het theater met The Shooting Party was hij succesvol. Coen, die in 1999 plotseling is overleden, heeft Drukwerk in de studio altijd met raad en daad terzijde gestaan. Er is geen elpee geweest waarop hij niet, als een soort Alfred Hitchcock in z’n eigen films, even een klein rolletje speelde.

Zo speelde hij de gitaarsolo in ‘Kapsones’ en ‘Wat niet weet wat niet deert’ en is hij de stem van de vriend van Juffrouw van Dam in het gelijknamige nummer en de basstem aan het slot van ‘Maak er wat van.’

Maar daar bleef het niet bij. Ook bandleden van het eerste uur Ton en Lucas maakten per begin augustus geen deel meer uit van Drukwerk. Negentien jaar nadat Harry en Ton elkaar hadden leren kennen kwam het tot een breuk tussen de twee oude vrienden. In Harry’s optiek waren daar twee redenen voor. Eén daarvan had te maken met zijn plan om tegenover het café ook een eigen platenzaak te openen, gespecialiseerd in Nationaal Product. ‘De activiteiten waren mede door mijn toedoen ernstig uitgebreid: een café, een platenzaak, noem maar op. Dat platenzaakje Hollandsche Nieuwe was met name bedoeld om loonpersingen van nieuw Nederlands talent een kans te geven. Op dat moment wisten we nog niet dat er ergens in de firma Drukwerk een financieel lek zat, daar kwamen we pas later achter. (In ’87 werd ontdekt dat er uit Café Drukwerk grote sommen geld verdwenen waren. Dat resulteerde in een onderzoek van de FIOD en de politie. Er was sprake van oplichting en fraude. Drukwerk balanceerde jarenlang op de rand van het faillisement.) Dat is, samen met de overgang van vinyl naar cd in die tijd, de reden dat die platenzaak mislukt is. Als je al die extra activiteiten, café, platenzaak, theatertour, een repetitieruimte die we ook aan andere bandjes ter beschikking wilden stellen, bij elkaar optelt, en dat bij met name die Sonneveld-elpee er qua muzikaliteit hogere eisen gesteld werden aan de desbetreffende muzikanten bleek er een aantal mensen niet aan te kunnen voldoen. Zowel op het muzikale als op het organisatorische vlak. Waar het mij om ging was: we hadden een aantal afspraken gemaakt, die doet dit, die doet dat. Maar Ton en Lucas deden niet waar ze ‘ja’ tegen hadden gezegd. En voor mij was het zo: als je dat niet doet in een organisatie, hoe moet ik je dan vertrouwen op de bühne? Voor mij was het vertrouwen weg! Dat was voor mij dodelijk.’

En dus hebben Harry Slinger, Edwin Gitsels, Hans Witteveen, managers Co Dehé en Jaap Buys en medevennoot annex bedrijfsleider van het café Karel Schuszler bandleden Ton Coster en Lucas Huizinga de wacht aangezegd. Zij werden vervangen door twee vrienden van Edwin, gitarist Rabo Snellenberg en drummer Marcel Lee, die al eerder als illustrator van de hoes van ‘’n Deel van jou’ en van de Sonneveld theatershow met Drukwerk had samengewerkt.  

‘NA MIJ DE ZONDVLOED’: DE LAATSTE JAREN  

‘Ik wilde graag strijd maar ga soms te ver

Maar in dit geval was ik toch de ster

Ik verloor niet mijzelf, ik heb ook geen spijt

Want wat ik ook zei, het was zeer bij de tijd’  

(Uit: Twijfel geen moment, 1989)

 

Ondertussen had zich in de zomer van 1986 een nieuwe platenmaatschappij aangediend: Phonogram had wel interesse in Drukwerk, dit naar aanleiding van een demo die de band had opgenomen onder productionele leiding van Richard Dubois, bekend van o.a. de Dolly Dots.

Op deze demo stond de latere single ‘Vijf pils geleden’, en dat was een echt ouderwets Drukwerk-stuk, geschreven door J. Maes,T. Pieterse en A. Rohé. Phonogram schoof producer Tom Peters naar voren, die ook de platen van De Havenzangers en Corry Konings produceerde. Hij was net bezig met een duettenplaat met Corry Konings, ‘Corry met en voor vrienden’, in opdracht van platenmaatschappij CNR. Ook Drukwerk werd gevraagd een stuk in te dienen voor die plaat. Harry en Edwin schreven samen ‘Voor geen goud laat ik je gaan’, en het had weinig gescheeld of dat nummer was in plaats van de grote hit ‘Ik wil altijd bij jou zijn’ van Corry en Koos Alberts op single verschenen. De elpee werd op 15 september ten doop gehouden in Café Drukwerk en was in no time goud, waarbij ook alle artiesten waar Corry een duet mee deed een ‘gouden taartpunt’ gesneden uit een ‘gouden plaat’ kregen. Het was na ‘Je loog tegen mij’, waar ruim 145.000 singles van verkocht werden, het eerste edelmetaal voor de band.

In oktober genoot Drukwerk van een welverdiende vakantie, en als de leden op 31 oktober voor het eerst weer bij elkaar komen liet Hans Witteveen weten het niet meer te zien zitten en de band per 31 december te willen verlaten. Dat betekende het vertrek van het laatste lid van het eerste uur, buiten Harry uiteraard. Drukwerk vond een vervanger in de persoon van Frank Schaafsma, toen vooral bekend als acteur in onder meer de film ‘Schatjes’, maar daarnaast een begenadigd bassist in het coverbandje De Koffers.

Op 3 november werd platenzaak Hollandsche Nieuwe geopend door de Zangeres Zonder Naam, uiteraard met een groot feest waar artiesten van allerlei pluimage, bij aanwezig waren. Ruim een week later, op de elfde van de elfde, werd Harry tot Prins Carnaval van Amsterdam gekroond, als opvolger van Prinses Carry (Tefsen) I. Harry zou Harry niet zijn als hij daar niet weer een grootscheepse actie aan vast zou knopen. Hij bedacht een plan waarbij hij in samenwerking met de gemeente Amsterdam alle steentjes op de Dam wilde verkopen voor ƒ11,11 per stuk waarna de naam van trotse eigenaar in zo’n steentje zou worden gegraveerd. De opbrengst van deze actie zou gaan naar een werkproject voor jongeren in Zuid-Afrika. Voor z’n project had Harry contact gezocht met zijn oude hoofdonderwijzer uit de Jordaan, broeder Thaddeus. Deze was in ruste in Maastricht maar had nog wel via de missie contacten in Zuid-Afrika. Jordaan –Maastricht –Carnaval –Jongeren –goed doel. Een prachtige combinatie vond Harry maar het Commitee Zuidelijk Afrika dacht daar anders over. Ondanks zijn succes als Mokumse Prins was de actie daardoor gedoemd te mislukken. 

Eind november werd er eindelijk weer eens een Drukwerk-single opgenomen. In de Bullet Sound studio’s in Nederhorst den Berg, onder productionele leiding van Tom Peters, werden ‘Vijf pils geleden’ en ‘Uit m’n bol van rock & roll’ op de band gezet.

Gek genoeg waren alleen Harry en Edwin daarbij; Tom Peters vond het beter om met studiomuzikanten te werken. Het was, na de duettenplaat met Corry, de eerste en laatste keer dat Drukwerk zich daartoe liet verleiden. Aanvankelijk geloofde de band nog wel in Peters’ goede bedoelingen, maar toen platenmaatschappij Red Bullet ‘Vijf pils geleden’ uit wilde brengen en er een platencontract opgesteld werd, bleek de producer mee te willen tekenen en op een eventuele elpee minstens de helft van de liedjes te willen leveren. ‘Hij wilde z’n zakken vullen over onze rug,’ aldus Harry. ‘Nou, dan ben je bij ons aan het verkeerde adres.’

Dat was geen al te beste start voor ‘Vijf pils geleden’. Daar kwam nog eens bij dat toen het plaatje uitkwam, in februari 1987, de componisten van het werkje een kort geding tegen Drukwerk aanspanden omdat ze de single ‘een verkrachting van hun compositie’ vonden. De rechter oordeelde dat dat nergens op sloeg, maar de toon was gezet en ‘Vijf pils geleden’ gaat roemloos ten onder. Red Bullet vond begrijpelijkerwijs dat een band die eerst ruzie krijgt met zijn producer en dan met de schrijvers van hun nieuwste singletje niet ideaal is om in je stal te hebben en zet al weer snel een punt achter de samenwerking.

Een maand later ging platenzaak Hollandsche Nieuwe failliet, minder dan een half jaar na de opening. De traditiegetrouw volledig volgeboekte zomer vertoonde angstaanjagend grote gaten in de agenda: voor de maanden juli en augustus stonden er slechts 6 optredens op de rol, tegen 15 het jaar daarvoor en rond de 25 in de jaren ’84 en ’85. Er zat weinig anders op: de bandleden moesten een tweede bron van inkomsten gaan zoeken om in hun inkomen te voorzien. Frank Schaafsma vond als eerste een job: hij kreeg een rol in de nieuwe productie van Nooy’s Volkstheater, wat betekende dat hij per september de band alweer moest verlaten, omdat hij zes avonden per week in de theaters stond. Drukwerk zette een advertentie en een van de sollicitanten was virtuoos Ivor Mitchell, die door iedereen Mitch wordt genoemd en die al zijn hele leven zijn brood verdiende met bas spelen.

Edwin vond een tweede baan: hij werd in september ’87 aangenomen als eindredacteur van popweekblad Hitkrant. Rabo studeerde nog Engels en had het daar druk genoeg mee, en Marcel kluste regelmatig bij in het Chinese restaurant van zijn vader. Harry voorzag in zijn onderhoud door voor het eerst in zijn leven als bandartiest met een tape het land in te gaan. Harry; “Ik voelde me doodongelukkig en alleen, maar het kon niet anders”.

Ondanks alles tekende Drukwerk in oktober 1987 een nieuw platencontract, bij platenmaatschappij Disky. De eerste single, ‘Sylvia’s moeder’, een cover van Dr. Hook & The Medicine Show, met een Nederlandse tekst van Edwin, kwam uit op 19 oktober. Het nummer was in september ’87 op initiatief van Drukwerk zelf opgenomen in een studiootje in Naarden-Vesting, samen met nog vijf andere liedjes, waaronder de B-kant van de single ‘Jaloerser dan voorheen’, wederom een Gitsels/Slinger-werkje. Helaas werd ook deze single geen succes. Maar Disky liet het er niet bij zitten, ze wilden een complete cd opnemen, onder de productionele leiding van André Hazes-producer Tim Griek. Het noodlot sloeg echter opnieuw toe: in februari 1988, vlak voordat Drukwerk met hem de studio in zou gaan, verongelukte Tim Griek.

Een andere producer was snel gevonden: Ton op ’t Hof, tot dan vooral bekend als drummer (o.a. de Margriet Eshuys Band), had zich op het producersvak gestort en wilde graag met Drukwerk in zee. Op 12 april 1988, op de dag dat Drukwerk tien jaar bestond, kwam de eerste vrucht van deze samenwerking op de markt ‘Hallo Den Haag’, een (maatschappijkritisch!) stuk van Harry en Edwin.

Op het feestje ter ere van het tienjarig bestaan was er ook nog een verrassing voor de band: de eerste elpee ‘Drukwerk’ was alsnog goud geworden. Een maand later kwam Drukwerk met ‘Hallo Den Haag’ voor het eerst sinds 1985 (‘Kapsones’) weer eens de tipparade binnen.

Deze positieve wending kon niet voorkomen dat er opnieuw een wisseling in de bezetting plaatsvond. Edwin kon het niet langer opbrengen om zijn twee banen bij Drukwerk en Hitkrant te combineren en hakte de knoop door. Hij zag te weinig toekomst in Drukwerk en koos voor een vaste baan. Rabo volgde in zijn kielzog en besloot definitief te kiezen voor een carrière bij de KLM. Voor hen in de plaats traden gitarist Martin van Helden en toetsenist Rob Engels toe tot Drukwerk. In die bezetting werd het laatste studio-album gemaakt, Na Mij De Zondvloed, geproduceerd door Ton op ’t Hof en uitgebracht op het Disky-label. De single ‘Moeilijk om gewoon te doen’ flopte, maar de allerlaatste single die Drukwerk ooit uitbracht, ‘De kroegen van Amsterdam’, weet eind 1988 toch nog de tipparade te halen.

In 1989 was het dan eigenlijk tijd om weer een nieuwe cd op te nemen, maar de pijp was leeg. Harry: ‘De inspiratie was op. Mitch was steeds vaker met andere bands aan het schnabbelen, ik trad steeds meer solo met een tape op, want er moest toch brood op de plank. De koek was op. Bij iedereen.

We stonden leuk met elkaar te spelen, maar om nieuwe dingen te gaan bedenken, dat zat er niet meer in. Toen hebben we in 1989 besloten om dan maar een prachtig einde eraan te maken. Een mooie afscheidstournee in de theaters. We hebben theateragent Hans Staal gevraagd of-ie dat wilde plannen, en eind ’90 hebben we toen een afscheidstournee gedaan. Daar is een jaar aan gewerkt, en het was redelijk succesvol. Vooral de afsluitingsavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg was een emotioneel gebeuren. Toen de kaartverkoop van start ging was het binnen een uur uitverkocht. Voor familie, vrienden, relaties en oud-bandleden waren er geen kaarten meer te krijgen. Ik ben toen met de brandweer van Amsterdam gaan praten in verband met het decor. Ik vertelde dat ik op de bühne een tribune met 80 man publiek had gepland als decor. Ik had wel eens een opera daar gezien met heel veel figuranten. Dat wilde ik ook graag bij het afscheidsconcert. Zowaar kreeg ik toestemming mits de figuranten door de artiesteningang naar binnen zouden gaan en zich niet zouden mengen onder het publiek. Zo hebben al de mensen die ons dierbaar waren het laatste optreden vanuit ons gezichtspunt kunnen meemaken. Het duurde toch nog een hele tijd voor ik besefte dat Drukwerk voorbij was.’

Ter begeleiding van de afscheidstoer werd een laatste live-cd opgenomen en uitgebracht. Via EMI nota bene. Er is toen heel bewust gekozen voor de plek waar Drukwerk voor het eerst als professionele band optrad: Hotel De Marke in Vlagtwedde. Hoewel die live-cd vol stond met hits, haalde hij wederom niet de hitlijsten. Pas jaren later, in 1997, toen de verzamelcd ‘Het Allerbeste van Drukwerk’ verscheen, bleek dat Drukwerk allesbehalve vergeten was: maar liefst 125.000 stuks gingen er over de toonbank! Daarmee was de tweede gouden langspeler een feit.

 

EPILOOG  

‘Je hebt alles wat je wilt

Je bent ’n artiest

Maar kijk je wel eens om?

Je bent als ’n snaar die trilt

Ben je wel eens triest

Doe je nooit iets dom?’  

(Uit: ’n Deel van jou, 1985)

 

En nu is er dan, 20 jaar na de grote doorbraak, deze vier cd-box met daarop 81 Drukwerk-liedjes, samengesteld door Drukwerkleden Harry Slinger en Edwin Gitsels en EMI’s Gerrit Haak.

Harry anno 2001: ‘Ik ben retetrots op deze box. Moet je nou toch eens kijken wat we gepresteerd hebben, wat we nagelaten hebben. Ik heb nergens spijt van. Ik heb alle dingen met overtuiging gedaan. En ook in de toekomst zal ik alles met overtuiging blijven doen. Het is jammer dat een aantal dingen anders zijn gelopen. Er zijn idealen uitgekomen en andere zijn niet uitgekomen. Die illusies bleken te zijn. Achteraf. Maar hoe frustrerend moet het niet zijn als je idealen hebt die een illusie worden doordat je niks doet. Van de idealen die ik had zijn er ook een hele hoop uitgekomen en er zijn idealen illusies geworden, doordat ik er achter ben gekomen dat het zo dus niet werkt. Een aantal dingen die fout zijn gegaan betrek ik ook op mijzelf. Vandaar dat ik naar mensen geen rancune heb.

Ik ben er zelf ook bij geweest. Wat een domme lul ben ik soms geweest. Die hele affaire met de kroeg daar heb ik natuurlijk met m’n neus bovenop gezeten. Ik wou het alleen niet zien. Achteraf, maar dat is achteraf, hadden we in 1986 als onderneming een stap terug moeten doen, in plaats van uit te breiden met een platenzaak en zo. Maar dat hebben we niet gedaan.Desondanks was het een prachtige tijd. We hebben geschiedenis geschreven, en het bewijs daarvan ligt hier voor ons!’

 

‘Had ik je meer moeten vertellen?

Had jij het dan herkend?

Het doet pijn nou, o zo’n pijn nou,

Want er is ook een end…’  

(Uit: (N)Iemand Wint, 1983)

 

| Contact & Links | Biografie | Drukwerk Verhaal | Hyves | Teksten |                                            2010 webdesign by www.robertgort.nl