|
Kerstavond
1981. In Buurthuis Het Breed in Amsterdam-Noord wordt een kerstdiner
georganiseerd voor ouden van dagen uit de omgeving. Om kwart voor
zes gaat de telefoon. Een buurthuismedewerker neemt aan en roept
vervolgens tegen een van zijn zich de benen uit het lijf rennende
collega’s: ‘Slinger, de NOS voor je aan de lijn!’ Harry Slinger
neemt de hoorn over en een redacteur vraagt hem of hij even kan
blijven hangen, want Frits Spits wil hem zo meteen live in de
uitzending iets vertellen. En inderdaad, een paar minuten later:
‘Harry, Frits Spits hier. Wat ben je aan het doen?’ ‘Ik ben hier met
een buurthuis vol bejaarden kerst aan het vieren.’ ‘Ik heb goed
nieuws voor je,’ zegt Spits. ‘Jullie staan op nummer 1! “Je loog
tegen mij” staat op nummer 1 van de Nationale Hitparade.’ Harry is
compleet verbouwereerd. Jaren later memoreert hij: ‘Ik wilde
natuurlijk gelijk alle bandleden en iedereen bellen, maar ik zat
daar met een kluit bejaarden. Die ik ook nog eens uit moest gaan
leggen hoe dat werkte met de Top 50 en de Top 40 en dat ik nu nummer
1 was. En die mensen zaten me aan te kijken van: ja, dat zal wel
leuk zijn voor je, maar ik heb honger. Tussendoor heb ik toen toch
nog de band en Marijke gebeld. Het was zoiets onwezenlijks. Wat
houdt dat nou in dat je nummer 1 staat? En dan?’ En dan staat je
leven op z’n kop. Compleet.
Het is nu twintig jaar geleden. Om dat heuglijke feit te vieren is
er nu deze verzamelbox met maar liefst vier cd’s met
81 nummers uit de twaalfeneenhalf jarige geschiedenis van een
van Nederlands succesvolste bands van de jaren ’80. ‘Je loog tegen
mij’ bereikte de nummer 1 in het derde jaar van het bestaan van de
band. Daarvoor was er al heel wat gebeurd, en daarna zou er nog veel
meer gebeuren. Hier volgen de wonderlijke avonturen van Drukwerk…
HET VOORSPEL
‘Al kon ik nog niet lopen, de boogie kon ik wel
Ik
stond ook al te krijsen, voor moeder vaak ’n hel
Stond de radio te spelen veel te hard zo bij ons thuis
Dan klaagden alle buren: dat is een gekkehuis!’
(Uit: Gekkehuis, 1984)
Drukwerk werd officieel opgericht op 12 april 1978, maar de basis
werd 11 jaar daarvoor al gelegd toen zanger
Harry Slinger en gitarist Ton Coster elkaar
ontmoetten in een sociëteit op de Eerste Helmersstraat in Amsterdam.
Die sociëteit heette de Kamba, een afkorting van Kamerbewoners
Amsterdam. Harry: ‘Dat was een christelijke organisatie die jongelui
die in Amsterdam kwamen studeren, opving in een sociëteit. De pastor
van de Vondelkerk vroeg mij, als Amsterdammer, om daar te komen
helpen. Want dat was het streven, dat Amsterdammers achter de bar en
zo mensen van buiten opvingen en activiteiten voor ze organiseerden.
Ik woonde daar vlak bij, ook op de Eerste Helmersstraat. Ik dacht:
okay, gezellig, lachen. Zodoende kwam ik dus daar.’ Ton Coster
werkte toen bij de telefoondienst van de PTT en daar werkten ook
mensen uit andere delen van Nederland die tijdelijk in Amsterdam
werden geplaatst. Ook zij gingen op kamers wonen, en ook zij kwamen
dus in de Kamba. Harry: ‘Ton kwam wel eens met die mensen mee,
gewoon voor de gezelligheid. In die tijd drumde ik al. Dat deed ik
thuis, meedrummen met platen van Bob Dylan. Zo heb ik mezelf drummen
geleerd.
Ton was daar op een avond, ik stond achter de bar en hij zat aan de
bar, en ja, je moet ergens over lullen. Ton vertelde toen dat-ie
gitaar speelde en dat-ie in The Problems gespeeld had. Nou, The
Problems, dat wàs wat in Amsterdam in die tijd. Die naam stond zelfs
op een muur in Amsterdam-Noord. En ik zeg: ik drum een beetje,
kunnen we niet een kennismakingsfeest voor de nieuwe lichting
studenten organiseren straks in september en dan gaan spelen? En
zodoende zijn we samen gaan repeteren.’
De
basis was gelegd voor een jarenlange samenwerking. Dat eerste feest
was een sailor-party, dus speelden ze nummers als What Can We Do
With The Drunken Sailor. Een ideetje van Harry. Het duo noemde zich
voor de gelegenheid The Sailors. ‘Alleen drums en gitaar. We hadden
niet eens een zangversterker.’
Harry zong al sinds de kleuterschool. ‘Het Konijnenschooltje in de
Hazenstraat. Daar werd ik tussen de gordijnen gezet en zong: ‘Ik heb
een ouwe tante en die woont in Honoloeloe, zeven jaar verkering met
een oude Zoeloe’. In die tijd kwam Johnny Jordaan op, dus ik denk
dat ik ook wel ‘Bij ons in de Jordaan’ en zo gezongen heb. Mijn
vader zette me ook altijd op tafel bij familiefeestjes en zo, omdat
ik zo leuk kon zingen.’ De aandacht die hij op die manier kreeg
beviel Harry zeer goed. ‘Ik heb altijd in m’n hoofd gehad dat ik het
artiestenvak in wilde. Ik speelde met vrienden ook toneel voor
bejaarden, maakte zelf de pruiken en zo. We hadden een kleermakerij,
daar maakte ik dan een toneeltje en dan speelden we een toneelstukje
voor familie en vrienden. Ik had op de lagere school ook altijd de
hoofdrol in de schoolmusicals. ‘Ali Baba en de 40 Rovers’ en zo. Ik
zong ook in het kerkkoor. En ik speelde trompet bij een drumband,
maar die band liep niet zo lekker. Op een gegeven moment heb ik mijn
trompet ingeruild bij de firma Dijkman en met wat bijbetaling kon ik
een drumstel kopen. Dus ik kom met een taxi thuis en mijn moeder
schrikt zich de pleuris, want daar komt een heel drumstel uit.
Vervolgens ben ik stomweg met platen mee gaan spelen.’
Harry en Ton kregen een theekist-bassist erbij, en het trio trad
onder allerlei namen op op alle feesten in De Kamba. ‘Om te
voorkomen dat iedereen doorhad dat er altijd dezelfde band optrad
gaven we onszelf iedere keer een andere naam.
Namen als The Hot Potato
Swingers, New Magic, Penis Black, pikzwart dus.
Uiteindelijk kwam Erik Rijks, dat was
een echte bassist, en noemden we ons Theeluik. Een verbastering van
Daylight.’
DE
GEBOORTE VAN DRUKWERK
‘Bij de historie vergeleken
duurt het leven maar drie weken
dus hier volgt een goede raad
want voor je het weet is het te laat:
maak er wat van!’
(Uit: Maar er wat van!, 1985)
Al
snel breidde de groep zich uit met Kees en Robbie Schuit. Kees
speelde trombone en Robbie slaggitaar. Kees zorgde ook voor de
vrolijke noot met een goochelact. Hij gebruikte daar een rubberen
kip bij met kunsteieren en een doosje echte eieren wat een
vreselijke bende gaf. Robbie kwam op het idee als rookeffect op de
bühne een broodrooster te gebruiken waar om het half uur verse
boterhammen in werden gedaan. De stank werd voor lief genomen tot de
brandweer arriveerde. Maar uiteindelijk ontstonden er toch problemen
bij Theeluik.
‘Erik Rijks ging moeilijk doen en die wou maar een keer in de maand
spelen en toen viel het uit elkaar. Na drie weken thuiszitten heb ik
Ton gebeld en gezegd: we moeten gewoon opnieuw beginnen.’ Via de
gebroeders Schuyt hadden Harry en Ton Hans Witteveen - Wippesteyn
voor vrienden - leren kennen, en die kon een beetje bas spelen. Hans
runde de gemeentecamping ‘Zeeburg’ op het gelijknamige eiland in
Amsterdam, en hoewel hij het daar erg druk mee
had wilde hij wel meedoen. De band kon dan op de camping repeteren
en spelen. Inmiddels was Harry ook Joop May tegen het lijf gelopen.
Een collega van het buurthuis waar hij toen werkte, De Banne, gaf
een feestje thuis in Zaandam. Joop was daar ook en die ging op een
gegeven moment op de piano die daar in huis stond zitten spelen. Dat
trok Harry natuurlijk meteen aan, en hij vroeg of hij ook ‘Geef mij
maar Amsterdam’ en dat soort repertoire kon spelen. In minder dan
geen tijd stond het tweetal een optreden weg te geven en werd het
groot feest daar in huis. Later die avond vroeg Harry of Joop geen
zin had om in een bandje te spelen. Dat had Joop best, en zo was het
zestal compleet. Op 12 april 1978 kwamen de jongens in café Sing
Singel bij elkaar om de nieuwe plannen te bespreken. De gebroeders
Schuit haakten af en zo ontstond er een kwartet. Toen moest er ook
een nieuwe bandnaam verzonnen worden. Ton bedacht die avond op het
toilet van Sing Singel de naam Drukwerk. Kon zijn werkgever de PTT
meteen gratis reclame voor z’n bandje maken! En al gauw stroopten
Harry, Ton, Hans en Joop de ene bruiloft na het andere feest af, en
ook in buurthuizen was Drukwerk een graag geziene en gehoorde band.
Via mond-op-mond reclame kregen ze het al drukker en drukker.
Waarmee meteen een nieuwe dimensie aan de bandnaam was gegeven. ‘Ja,
hoe gaat dat,’ herinnert Harry zich. ‘Dan speel je op een bruiloft
en daar is een neef en die gaat over drie maanden trouwen en die
vraagt: hé, komen jullie spelen? We speelden voor 150 gulden overal
waar we gevraagd werden. Of het nou in De Pijp voor de Hell’s Angels
was of voor de VVD-ers in Wassenaar, waar ik mijn drumstel - dat
steeds weggleed op dat parket daar - met grote draadnagels in de
vloer heb vast getimmerd.’ Harry’s grote talent
om welk publiek dan ook plat te spelen openbaarde zich met name die
avond in Wassenaar, waar hij de fervente VVD-ers zo gek wist te
krijgen de polonaise te lopen op een carnavaleske uitvoering van De
Internationale.
IK
VERVEEL ME ZO IN AMSTERDAM-NOORD
‘Ze noemen mij een vandalist
Maar als een ieder toch eens wist
Wat het is om in Noord te wonen
Het kost veel tijd om in de stad te komen
Weinig kroegen, geen bioscopen
Alleen een telefooncel en die zullen we slopen!’
(Uit: Ik verveel me zo, 1979)
Zo
had het nog jaren door kunnen gaan, als Harry niet in het
buurthuiswerk had gezeten maar bijvoorbeeld nog steeds bij Albert
Heijn had gewerkt. ‘Ik wilde bij Albert Heijn personeelsfunctionaris
worden. Ik was hoofdkassier en ik wilde naar de sociale academie en
daar opgeleid worden voor personeelswerk. Ik was ook meer gericht op
hoe Albert Heijn met zijn personeel omging, en hoe dat verbeterd kon
worden, maar AH zag in mij een bedrijfsleider.
En
bij Albert Heijn is het zo: ze stippelen een carrière voor je uit,
terecht, ze zien kwaliteiten in je en die mag je dan waarmaken, maar
als je duidelijk iets anders wil dan zeggen ze: dat kan je dan maar
beter elders gaan doen. Nou goed, dus toen ben ik in het Jan
Ligtharthuis in de Jordaan begonnen als jongerenwerker. Toen ik daar
ging solliciteren was ik binnen een half uur aangenomen. Dat kwam
omdat ik in de jongerenruimte zat te wachten op mijn gesprek en daar
kwam Dickie de Oude binnen en die ging even demonsteren hoe je
platen op moet zetten. Hij deed dat dermate ruw dat ik zei: “Is dat
normaal?” Hij zegt: “Wat kom jij doen?”
“Solliciteren,” zeg ik. “Dat zou ik maar niet doen,” zei hij, “want
dan ben je zo weer weg. Daar zorg ik wel voor.”
Ik heb hem toen in z’n flikker gepakt en er uit gegooid. Dus toen
dat sollicitatiegesprek begon was het snel geregeld. Zo ben ik in
het jongerenwerk terechtgekomen.’ Helaas kreeg Harry na twee jaar
hersenvliesontsteking en liep hij een half jaar lang in de
ziektewet. Intussen was er in het Jan Ligtharthuis een vervanger
voor hem aangenomen. Via het overkoepelend orgaan kreeg hij toen een
baan in Amsterdam-Noord aangeboden, in buurthuis De Banne. Dat
nieuws werd hoofdschuddend door zijn collega’s ontvangen. ‘Ze zeiden
allemaal: “Je bent wel gek als je in Noord gaat werken, dat is een
zootje gajes daar!” Maar ach, ik ben natuurlijk zelf ook geen
lieverdje geweest. Ik spreek de taal.’
Het bleek dat Harry zich niet alleen prima staande kon houden tussen
het “gajes” in De Banne, hij ging zelfs een stap verder. ‘In Noord
merkte ik dat er een enorme verdeeldheid was tussen de verschillende
buurthuizen. Allemaal tegen mekaar, terwijl ze allemaal met
hetzelfde grote sociale probleem zaten: dat de werkgelegenheid naar
de kloten ging. Voor jongeren was daar geen uitzicht. Dus ik dacht:
dat gaat niet goed, zeker niet als je je ook nog eens tegen elkaar
gaat keren. Toen zijn er een paar studenten van de VU gekomen, die
hebben onderzoek gedaan en daar een rapport over geschreven. Dat
heette “Moet ik soms m’n bek houden?”, en dat ging over de hele
sociale toestand in Amsterdam-Noord. Van daaruit is de actiegroep
JAN ontstaan, Jongeren Amsterdam Noord. Drukwerk was toen net
begonnen en ik heb achter mijn bureau in Buurthuis de Banne “Ik
verveel me zo in Amsterdam-Noord” geschreven, mijn eerste tekst, op
de muziek van “It’s a hard rain gonna fall” van Bob Dylan.’
Toen Harry dat lied eenmaal geschreven had, ging zijn fantasie op de
loop. ‘Ik dacht: er moet een plaatje komen, al die buurthuizen
moeten zich verenigen, en dat singletje moet in al die buurthuizen
gedraaid worden. Hans Witteveen kende dan weer Dolf Planteijdt, die
had samen met Joke een studiootje in een kraakpand bij de
Schellingwouderbrug, Joke’s Koeienverhuurbedrijf heette dat, en daar
hebben we toen op twee Revox bandrecorders “Ik verveel me zo”
opgenomen. Puur en alleen om die actie te
ondersteunen.’
Drukwerk liet 500 exemplaren van het singletje persen, bij een
goedkoop perserijtje in België. In stapeltjes van twintig werden de
plaatjes bij de diverse buurthuizen in Noord neergelegd, om zo de
actie luister bij te zetten. Maar Harry zou Harry niet zijn als hij
het daarbij had gelaten. ‘Ik dacht: het mooiste is natuurlijk als
dat een keer op de radio komt. Dat onze actie landelijke bekendheid
krijgt en dat er overal aandacht komt voor de
situatie van jongeren. Dus wij in de radiobode de namen van
discjockeys opzoeken om ze een singletje toe te sturen in de hoop
dat er eentje hem een keer zou draaien. Ik zie het me nog doen, van
die grote bruine enveloppen, singletje erin, brief erbij: ‘Beste
radiomedewerker’. Gestuurd aan Alfred Lagarde, Jan Rietman, Frits
Spits, enzovoort, aan elke dj. Tot mijn stomme verbazing pikte met
name Frits Spits het op. Toch een ouwe socialist. Dus die schreeuw
om aandacht sprak hem erg aan.’
Platenmaatschappij EMI Bovema, waar onder meer André Hazes en Rob de
Nijs onder contract stonden, hoorde ‘Ik verveel me zo’ bij Frits
Spits en wist de hand te leggen op één van die 500 singletjes.
Op
het hoesje stond het telefoonnummer van Joke’s Koeienverhuurbedrijf,
en dus belde men met Dolf Planteijdt. Ze waren enthousiast over het
nummer en boden duizend gulden voor de Revox-band. ‘Ja, lachen!’,
aldus Harry. ‘Dat was dik geld voor ons! Wij zijn daar helemaal niet
bij geweest, bij die eerste onderhandelingen. Ze hebben “Ik verveel
me zo” toen officieel uitgebracht.’ Het actielied voor
achtergestelde jongeren uit Amsterdam-Noord schopte het niet verder
dan de Nederlandstalige tipparade, maar de naam Drukwerk was
gevestigd, en het eerste contact met EMI was gelegd. Desondanks
hadden de bandleden zelf nauwelijks in de gaten wat dit mogelijk
voor gevolgen kon hebben. Harry: ‘Wij wilden er verder niet zoveel
mee te maken hebben. Leuk dat een maatschappij dat uitbrengt, maar
meer niet. Zelfs ik, terwijl ik diep in m’n hart altijd de bühne op
wou, had niet in de gaten dat dit wel eens een doorbraak zou kunnen
betekenen.’
Eén jongere uit Amsterdam-Noord verveelde zich inmiddels niet meer.
Lucas Huizinga werd, toen Harry zijn enkelbanden had geblesseerd en
niet meer in staat was om te drummen, gevraagd om de sticks van zijn
buurthuisleider over te nemen. Daarmee had de band een belangrijke
trekpleister voor jonge vrouwelijke fans binnengehaald. Bovendien
kon Harry zich nu volledig concentreren op zijn zang en zijn
presentatie op de voorgrond.
“JE LOOG TEGEN MIJ”: DE DOORBRAAK
‘O, je bent nu jezelf niet
je
hebt last van verdriet
en
je zegt dat je toch van me houdt
Je
zegt: je bent toch nog m’n vrouw
Maar je liet me mooi staan in de kou.’
(Uit: Je loog tegen mij, 1981)
Toen kwam er nog een single en daarmee was het wèl raak, zo zou het
verhaal verder kunnen gaan. En er is ook een wijdverbreid
misverstand dat het zo gegaan is. Maar tussen het uitkomen van ‘Ik
verveel me zo’ en het moment dat ‘Je loog tegen mij’ de Top 40
binnenstormde, zit maar liefst ruim twee jaar!
Drukwerk had het ondertussen enorm druk met het muzikaal begeleiden
van het veranderen van de maatschappij. Ze speelden ‘Kraak maar
(b)raak’ bij krakersrellen op de barricades, ‘Beatrix’ en ‘Wilhelmus
van Karbouwen’ bij de kroning van Beatrix op het slagveld van
demonstranten en ME, en bij anti-kernwapenbetogingen denderden ze
‘Geen atoom’ spelend op een vrachtwagen door de stad. Harry: ‘Het
meest spectaculaire optreden dat ik me kan herinneren was tijdens de
ontruiming van de Vondelstraat, dat we op een vrachtwagen met een
generator door de stad trokken, en speelden op de Overtoom voor de
krakers die daar op de barricaden stonden en later op de PC
Hooftstraat. We moesten op het Leidsebosje dwars door de ME om daar
te komen! We waren echt mensen uit die tijd. Zoals jonge mensen in
die tijd waren, niet bewusteloos, tegen kruisraketten, tegen de
monarchie en opkomend voor de slachtoffers van de woningnood.’
Drukwerk was links, socialistisch en brutaal. Harry: ‘Op 30 april
1980, bij de kroning van Beatrix, speelden we op het
Rembrandtsplein, vanwaar Radio Stad ook zijn roemruchte uitzendingen
deed. Het leuke was dat daar een soort golfbeweging was. De ene keer
kwamen de autonomen langs, de kraakbeweging, en vervolgens kwam
vanaf de andere kant de ME voorbij.
Dus als die autonomen voorbijkwamen speelden we ‘Beatrix, Beatrix,
met d’r bolle harses op een riks’ en als de ME voorbij kwam speelden
we onze versie van het Wilhelmus. Ze hadden niet door wat we precies
zongen. Waardoor de ME ons met rust liet en we door de kraakbeweging
die richting Dam trok zeer gewaardeerd werden. We kregen zelfs als
trofee stenen aangeboden, die werden op de rand van de bühne
gelegd.’
Midden tussen al dat tumult, in augustus 1980, besloot Hans
Witteveen de band te verlaten. Hij kon bij Ze Popes gaan spelen, een
in Amsterdam en omstreken redelijk populair new wave bandje. Zijn
plek bij Drukwerk werd overgenomen door de broer van zijn vriendin,
Jean Offenberg. Twee van Drukwerk’s actieliederen werden ook op
single uitgebracht. ‘Kraak maar (b)raak’ bracht de band in eigen
beheer uit, ‘Geen atoom’ werd door EMI als carnavalssingle
gereleased, de officiële opvolger van ‘Ik verveel me zo’. Het was
dus niet verwonderlijk dat de band inmiddels de naam had van
anarchistische feestpunkband. In die periode werd Drukwerk
uitgenodigd door de legendarische Koos Zwart bij de VARA in zijn
radioprogramma. In dat programma speelden zij live het nummer
‘Beatrix’. De volgende dag stond in een artikel voor op de Telegraaf
dat het schandelijke optreden van Drukwerk op de radio de Vara 8000
leden had gekost.
Desondanks bleef multinational EMI hevig geïnteresseerd. Ze wilden
wel eens weten wat de band nog meer voor repertoire had, en boden ze
de gelegenheid om een demo op te nemen in hun platenstudio in
Heemstede.
Huisproducer Coen van Vrijberghe zou achter de knoppen plaatsnemen.
Harry herinnert zich deze historische dag, eind december 1980, nog
als was het gisteren. ‘We mochten nog geen officiële plaatopname
doen, maar ze wilden gewoon eens horen wat wij hadden. En toen op
een zaterdag om een uur of tien zijn we naar Heemstede gereden. We
mochten in Studio 2, waar we meteen te horen kregen dat dat de
mengtafel was waar twee kilo goudcontacten in zaten en dat dat nog
de oude tafel uit Londen was waar de Beatles mee op hadden genomen.
Nou, je kan je wel voorstellen wat dat voor kick gaf. Dus wij alle
instrumenten naar binnen gebracht, soundcheck doen en zo, zeg dat we
om een uur of 12 begonnen te spelen. Wij wisten helemaal niet wat er
allemaal mogelijk was, dus Lucas tikte af en wij gewoon loos gaan.
Ik had dan een paar schotten om me heen staan voor de overspraak en
om de drums stonden wat schotten en rond Ton z’n gitaarversterker,
maar verder was het aftikken en rammen. En zo hebben we in zes uur
tijd die hele elpee er op gezet. ‘Je loog tegen mij’ bijvoorbeeld
hebben we maar 1 keer gespeeld. Aftikken, spelen en klaar, het stond
erop. Zo hebben we die demo opgenomen. Na die zes uur is Coen met
technicus Maarten Proost gelijk die nummers gaan mixen en Hazes was
daar toevallig. Die kwam binnenlopen, omdat-ie op de gang ‘Je loog
tegen mij’ hoorde. Ik was toen – en nog – een vreselijke fan van
hem. Hij kwam binnen en hij was er helemaal kapot van! Daar was ik
diep van onder de indruk: André Hazes die dat helemaal te gek vond!’
Ook EMI was heel enthousiast. A&R-manager Gerrit Haak zei: tekenen
die band en uitbrengen die plaat. Niets meer aan doen, hij is
perfect zo. Harry: ‘Waarop Jean Offenberg meteen begon te stuiteren
omdat er een vreselijke basfout in ‘Je loog tegen mij’ zat, maar
daar was niet over te lullen: zoals het er op stond, kon het
uitgebracht worden. Achteraf blijkt dat Gerrit dat er doorheen
gedrukt heeft en groot gelijk gehad heeft.’
Maar het heeft diezelfde Gerrit Haak wel enorm veel
doorzettingsvermogen gekost om zijn gelijk te bewijzen. Daarover
later meer. Voor het zover was, moest er een contract getekend
worden tussen EMI en Drukwerk. Drukwerk had ondertussen contact
opgenomen met Corry Brokken om tips in te winnen over het tekenen
van een platencontract.
Maar vlak Harry Slinger’s eigen zakelijke talenten niet uit! ‘Bij de
contractonderhandelingen heb ik gezegd, ik weet het nog goed: ja,
maar we hebben nog meer stukken. Kunnen we er geen dubbelelpee van
maken? Nee, zeiden ze, geen dubbelelpee. Ja maar wanneer mogen we
dan de tweede elpee opnemen? Want ze hadden een optie op een tweede
elpee, en dat zag ik gelijk helemaal zitten. Dus ik vroeg wat er
verkocht moest worden om een tweede elpee te kunnen maken. Moet je
voorstellen, zes uurtjes studio, die plaat had een drol gekost. Nou,
er moesten 1500 elpees verkocht worden wilden we een nieuwe elpee op
mogen nemen. En toen zei ik: okay, doe ons er maar 1500. We hebben
toen op Koninginnedag op het Spui gespeeld en op 1 mei in het
Vondelpark op de Dag van de Arbeid, een grote manifestatie, en toen
hebben we in twee dagen tijd die 1500 elpees verkocht. Die gingen
als warme broodjes over de toonbank. Gewoon tegen kostprijs
natuurlijk, dan waren wij er weer vanaf. En we mochten een tweede
elpee maken!’
Die eerste elpee, eenvoudigweg ‘Drukwerk’ gedoopt, kwam in april
1981 uit. Een paar weken later werd ‘Je loog tegen mij’ op single
uitgebracht. Het nummer was geschreven door Casper Peterson (muziek)
en Nico van Apeldoorn (tekst). Oorspronkelijk stond het op het
repertoire van de band van – daar is-ie weer – Dolf Planteijdt, Voor
Mekaar.
Harry: ‘De originele titel is ‘Terug van Troje’, en het gaat
eigenlijk over Odysseus die oorlog heeft gevoerd in Troje en na
jaren terugkomt in Athene, waar zijn vrouw dacht: die is allang
gesneuveld, dus die was daar liederlijk aan de gang gegaan met
hoererij en feestpartijen en noem maar op, en hij kwam dus thuis en
vond zijn huis helemaal naar de ratsmodee. Voordat wij die elpee op
mochten nemen had Voor Mekaar al tegen ons gezegd: jullie moeten dat
stuk gaan spelen, met dat Amsterdamse accent, da’s mooi.
Dus toen we die eerste elpee gingen maken, hebben we dat stuk ook
meegenomen. We hebben toen de titel veranderd in ‘Je loog tegen
mij’, omdat ‘Terug van Troje’ niets over dat lied zei, vond ik. Ik
was zo mesjokke van dat liedje, omdat het aantoont dat al sinds de
oude Grieken er eigenlijk niks veranderd is in hoe mensen met elkaar
omgaan, elkaar in de steek laten enzovoort. Daarom is het ook een
evergreen. En hoewel ik het al duizenden keren gezongen heb in de
afgelopen 20 jaar, nog steeds elke keer vind ik
die tekst schitterend en dat hele stuk schitterend. Dat gevoel
blijft herkenbaar voor iedereen. Knap hoe dat geschreven is, want of
je nou links, rechts, arm of rijk bent, het schijnt net die
gevoelige snaar te raken: iedereen is bang dat het hem/haar zal
overkomen. En wat velen ìs overkomen.’
Maar voordat het de gevoelige snaar van velen kan raken, moet men
wel de kans krijgen om het lied überhaupt te horen. En dat lukte
voor geen meter. ‘Je loog tegen mij’ kwam in mei 1981 uit en vier
mensen van EMI: A&R-manager Gerrit Haak, promotiemedewerkers Mia Plu
en Kees Helleman en producer Coen van Vrijberghe, dat kwartet
geloofde er zo heilig in, dat ze zich er tot het bittere eind aan
toe in hebben vastgebeten. Harry: ‘Terwijl de radioplugger, Frans
Meijer, er niet in geloofde. Dat maakte het natuurlijk knap lastig
om die plaat gedraaid te krijgen. Uiteindelijk pas in november
hadden we onze eerste tv, terwijl het op de radio dus helemaal niet
gedraaid werd. Er was één programma waar ze zeiden: nou, laat ze dan
maar komen, dan hebben we dat gehad, dan zijn we van dat gezeik af.
Dan is het tenminste officieel geflopt. In plaats van dat wij als
programmamakers er de schuld van krijgen het de nek om gedraaid te
hebben.’
Dat programma was Nederland Muziekland van Veronica, dat die keer
werd opgenomen in het Golfslagbad in Scheveningen. Het was
Drukwerk’s eerste officiële tv-optreden. (Voor die tijd hadden ze
wel al in de Spijker-op-z’n kop Show voor de Schooltelevisie
opgetreden.) Uiteraard nam Slinger ook voor dit tv-debuut de regie
volledig in handen.
Harry: ‘We moesten daar natuurlijk kleding voor hebben. Ik wou daar
wat sjieke pakken voor hebben. Nou kwam ik via-via bij een
begrafenisonderneming in de Vondelstraat die zijn kantoor net
opgeheven had. Ik was daar om bureaus, tafels, stoelen en zo weg te
halen voor het buurthuis waar ik werkte. Ik had een tip gekregen dat
er typemachines, archiefkasten, kantoormeubilair, van alles stond.
Dus ik met de vrachtwagen die spullen halen voor het buurthuis. Ik
loop daar in dat pand te slepen en te sjouwen, en op een gegeven
moment doe ik een kast open en wat hangt daar? Tien
begrafenispakken. Ik zeg tegen die man: wat doen jullie hier mee?
Nou, niks. Mag ik ze meenemen, leuk voor de jongeren om zich te
verkleden. Ja, neem maar mee. Dus toen kwam ik bij de band en zei:
jongens, ik heb nou wat, helemaal te gek! En toen hadden we die
eerste tv, en ik zeg: jongens, dan doen we die begrafenispakken aan!
Dat ziet er toch netjes uit?’ De begrafenispakken waren een sterk
element in het indruk maken op de Nederlandse kijker, maar de
sterkste troef was een ander kledingstuk. ‘In diezelfde periode,’
vertelt Harry, ‘droeg ik vaak een schipperspetje omdat ik zo vaak
verkouden was, vooral in de winter. Nou, het was alweer najaar, en
Marijke (tegenwoordig Harry’s vrouw) had gezegd: kan je nou niet
eens wat vrolijkers opzetten? Toen ben ik naar de Bijenkorf gegaan
en zag daar op de damesafdeling zo’n rood rolpetje. Ik zet dat op –
je had die vrouwen daar moeten zien kijken – en dacht: dat ziet er
wel aardig uit. Dus ik kom thuis en zeg tegen
Marijke: nou, hoe vind je me? En eigenlijk om Marijke te dollen heb
ik bij de eerste tv-opname dat rode petje opgehouden.’
Aldus uitgedost komen de vijf Amsterdammers het Golfslagbad van
Scheveningen binnen. Harry: ‘Toen was het voorstel dat we daar aan
een tafel moesten gaan zitten, daar zou dan een dame bij komen
zitten met krulspelden in d’r haar en een peignoir aan, en tegen
haar zou ik dan ‘Je loog tegen mij’ zingen. Hadden wij niet bedacht
hoor, hou me ten goede.
Op
die tafel zouden wat biertjes komen te staan en de hele band moest
dan playbacken. Ook goed. Trouwens, we hadden niet eens een
orkestband, want die bestaat niet. We hadden dat nummer namelijk in
1 keer op de band gezet, weet je nog? Toen heb ik voorgesteld aan
die regisseur met die bril, hoe heet-ie, Bert van der Veer,
misschien is het leuk om in het water te gaan zitten. Nou, dat wij
dat wilden, zeg! Dus in het ondiepe gedeelte werd een ronde tafel
neergezet met allemaal bier, nog een hele toestand met een hengel om
een lamp erboven te kunnen hangen, en dan konden ze het zo filmen
dat het eerst leek of we aan tafel zaten met het zwembad op de
achtergrond en dan kon die camera zo omhooggaan en dan konden we
laten zien dat we in het water zaten. Dus die Van der Veer blij, die
denkt: die klanten zijn gek, maar ik vind het best zo. Maar wat hij
niet wist is dat ik naar de badmeester gegaan was en tegen hem
gezegd had: als de opnames straks beginnen, kan je dan het golfbad
aanzetten? Dus wij beginnen: ‘Toen ik thuiskwam was de deur voor mij
op slot’, keurig kalm water met mensen die rustig om ons heen
zwommen en zo, maar op een gegeven moment begìnt dat water te
deinen. Ik moest me echt aan die tafel vasthouden omdat ik anders
ondersteboven flikkerde. Fantastisch!’
Ook achter de schermen bleef de aanwezigheid van het Amsterdamse
schorem niet onopgemerkt. Harry: ‘Ik weet nog dat Ton een biertje
over zijn schouder leeggooide omdat de eerste hem nooit smaakte en
die kwam terecht in het fototoestel van Daniël Sahuleka. We hebben
ook nog bij een dame die snoep verkocht voor de jeugd haar hele
voorraad opgekocht en uitgedeeld aan de jongeren daar. Want wij
dachten: we moeten een beetje populair worden natuurlijk. Wie de
jeugd heeft, heeft de toekomst! Dus je kunt je voorstellen dat de
mensen van EMI dachten: hoe krijgen we dat zooitje hier zo snel
mogelijk weg?’
De
volgende dag barstte het los. Honderden verkopers in platenzaken
werden geconfronteerd met dezelfde vraag: heb je die single die
gisteravond op tv was van die gozer met dat rode petje? Niemand wist
hoe de band heette, niemand wist hoe dat liedje heette, maar dat
rode petje was iedereen bijgebleven. De eerstvolgende zes, zeven
jaar zou Harry het niet meer afzetten…
En
zo kwam het dat met kerst 1981 ‘Je loog tegen mij’ op nummer 1 in de
Nationale Hitparade stond, en een paar weken later ook in de
Veronica Top 40. Drukwerk was beroemd. Harry Slinger was teamleider
bij een buurthuis, Jean Offenberg werkte bij de gemeente Amsterdam,
Joop May was electrotechnicus, Ton Coster werkte bij de PTT, Lucas
Huizinga werkte bij Artis. En ineens werden deze vijf Amsterdamse
hardwerkende mannen, die bij wijze van hobby een bovengemiddeld
succesvol feesten- en partijenbandje hadden, gevraagd voor het ene
tv-programma na het andere. Harry: ‘Dus camera-repetitie was er niet
bij, daar werden stand-ins voor gebruikt. Wij moesten naar onze
bazen! EMI was zo vriendelijk om ons door een zesdeurs Mercedes met
chauffeur van ons werk op te laten halen. Daar zaten we, vijf
volksjongetjes die in een limousine door Nederland werden gereden.
Het was niet te beschrijven. Wij waren ineens de topact en we
moesten dus verzorgd worden. ‘Heren, wat gaan we vanavond eten?’ En
dan kwamen we langs een snackbar en dan riepen we: ho stoppen! Dus
die zesdeurs Mercedes parkeert voor de snackbar, en zo tegen zessen
vallen we met een hoop kabaal die snackbar binnen.
In
de radiouitzending van de Top 40 waren ze net bij nummer 1, en dat
waren wij! Dat lieten we ook wel merken natuurlijk, nou, je had die
mensen daar moeten zien kijken! Dus wij daar aan de patat met een
bal gehakt, en de platenmaatschappij betaalde dat, dat vonden we
helemáál te gek!’
“TWEEDE DRUK”: DRUKWERK AAN DE TOP!
‘Sta ik voor de spiegel
En
zie ik mezelf staan
Dan denk ik bij me eige:
’t
Wordt tijd om terug te gaan!’
(Uit: Wat dom, 1982)
Drie maanden lang stond ‘Je loog tegen mij’ in de hitparades, en de
band kon de enorme vraag naar optredens in zalen en op radio en tv
bijna niet aan. Bovendien bouwden de bandleden toen nog steeds zelf
hun instrumenten op en braken ze ook na afloop midden in de nacht
alles weer zelf af. Tel daarbij op dat de leden alle vijf zoals
gezegd een full time baan hadden, en het is duidelijk dat de
situatie niet langer houdbaar was. Allereerst werd het tijd voor een
professionele manager. Tot dan toe deed Harry’s vrouw Marijke van
der Pol de boekingen. Op de hoes van de eerste elpee stond het
privénummer van de Slingertjes afgedrukt, en toen ‘Je loog tegen
mij’ een hit werd stond de telefoon op hun woonboot aan het Singel
dag en nacht te rinkelen.
Drukwerk had het geluk bij het voor hen allerbeste management van
Nederland terecht te komen: Bureau Volendam van de gebroeders Jan en
Jaap Buys. De Buyzen kenden het klappen van de zweep: al sinds de
jaren ’60 waren ze de drijvende kracht achter The Cats en later
achter top-acts als de George Baker Selection, de Dizzy Man’s Band
en Pussycat. Jan Buys belde op een gegeven moment met Marijke omdat
hij een aanvraag had voor Drukwerk.
Jan zei tegen Marijke: ‘Je doet iets niet goed. Je vraagt te
weinig.’ Drukwerk was vlak voor de grote doorbraak nog steeds te
boeken voor het luttele bedrag van 500 gulden. Jan Buys nodigde
Harry en Marijke uit om eens te komen praten; hij had wel wat tips
voor ze. Harry: ‘We zijn daar toen naar toe gegaan. En in dat
gesprek zeiden ze: wij willen jullie wel gaan boeken, maar geen
contract of niks. Geen exclusiviteitbeding,
niks. Gewoon een paar lasten van jullie over nemen. Wij naar huis,
ik praten met mensen van EMI en met Tim Griek, de producer van André
Hazes. Die zeiden allemaal: dat kan je prima doen. Wij terug naar
Volendam. Okay, we doen het, maar we zijn geen beginnend bandje, we
hebben een nummer 1 hit, we zijn een pakje roomboter, je hoeft er
alleen het beleg nog maar bij te bedenken. En we hadden nog geen ja
gezegd of achter elkaar kwamen de contracten voor optredens binnen!’
En uiteraard voor een veel betere prijs dan die 500 gulden.
Zo
ontstond de situatie dat de groepsleden voor de keus stonden om hun
vaste baan op te geven en een carrière als professioneel muzikant te
wagen. Harry: ‘We hebben samen die keus gemaakt van: jongens, alles
goed en wel, maar dit houden we niet vol, twee dingen naast elkaar.
Denk je dat we het redden om professioneel te gaan? Of denk je dat
je het bij je baas kan regelen dat je er een tijdje tussenuit kan?
Want je weet natuurlijk nooit hoe lang het duurt. Je kan een
eendagsvlieg zijn, en dat waren we ons erg goed bewust.
Maar we wisten ook dat we in de loop der jaren al heel veel hadden
gespeeld en heel wat hadden opgebouwd. Dus ik had niet het idee: dit
is met één hitje weer afgelopen. Daar was die hit ook veel te groot
voor. We stonden er heel anders voor dan met een doorsnee nummer 1
hit.’
Op
het moment van de grote doorbraak waren vier van de vijf bandleden
de dertig al gepasseerd. Alleen benjamin Lucas Huizinga was pas 22.
Harry: ‘Ik ben daar nu nog steeds ontzettend blij om. Anders
was ik gek geworden. Dus dat is alleen maar goed. We waren al wat
ouder, we hadden al een stuk geschiedenis, we hadden ook in onze
respectievelijke beroepen al een stuk geschiedenis achter ons. Ik
was al teamleider, dus ik kon er best twee jaar tussenuit gaan en
dan weer aan de slag gaan in het welzijnswerk. Achteraf bleek dat
een misrekening te zijn geweest, want de bezuinigingen zijn daarna
zo ver doorgevoerd dat ze geen teamleiders meer nodig hadden. Maar
ik ben ook het type dat morgen op de markt gaat staan, hoor. Maar
goed, het was natuurlijk een wereld-uitdaging. En ik zeg nog steeds:
iedereen die de kans krijgt, doen!’
Al
in maart van dat jaar kwam het bewijs dat Drukwerk geen eendagsvlieg
was. Er werd besloten geen single meer van de eerste elpee uit te
brengen, maar meteen die tweede op te nemen. In maart kwam de eerste
single daarvan uit, ‘Wat dom’, geschreven door Harry en Ton, en die
haalde binnen een maand na uitkomen de vijfde plaats van de Top 40.
Ook de twee volgende singles ‘Papa’ en ‘Schijn ’n lichie op mij’,
werden hits. En dus namen de Drukwerkers ontslag bij hun
respectievelijke bazen, Harry als eerste in maart ’82, Ton als
laatste, in oktober, na 19 jaar lang in vaste dienst te zijn geweest
bij de PTT. De enige die besloot de sprong niet te wagen was
toetsenist Joop May. Hij verliet medio juli de groep, niet langer
opgewassen tegen de druk van het enorme succes. Zijn plaats werd
ingenomen door Hans van de Berg, godsdienstleraar van beroep en
behalve toetsenist ook handig op de gitaar en de saxofoon.
De
elpee ‘Tweede druk’ verscheen in september van dat jaar. De eerste
elpee was na een half jaar in de Elpee Top 50 te hebben gestaan nog
maar net uit de lijst verdwenen, of de tweede stootte door naar de
top 10 van bestverkochte langspelers in Nederland.
Behalve de drie eerder genoemde hits stonden ook de aloude successen
‘Wilhelmus van Karbouwen’ en ‘Laat de rijken de crisis betalen’
erop. Maar ook nummers als ‘Ten Katemarkt’ (tegen discriminatie),
‘Gaat het ooit voorbij’ (over de holocaust, geschreven voor Harry’s
dochter Esther) en ‘Het gevaar vrede’ lieten horen dat Drukwerk nog
steeds een echt linkse band was. Dat vertaalde zich ook in de manier
waarop de inmiddels professionele musici financieel te werk gingen.
Alle inkomsten, inclusief de auteursrechten van alle door de
bandleden zelf geschreven liedjes, vloeiden in één grote pot,
vanwaaruit iedereen een gelijk salaris kreeg. Niet alleen de
bandleden, maar ook de twee nieuwe werknemers Co Dehé en Sjouke
Feenstra, die in april 1983 de Drukwerk-familie kwamen versterken
als respectievelijk directeur en roadmanager. Daarnaast had de band
een stichting, stichting CRM (Culturele Recreatie met Muziek), die
het mogelijk maakte dat er eens per maand een optreden tegen
kostprijs werd gedaan voor een door de bandleden bij tourbeurt zelf
te kiezen goed doel. Middels die constructie was Drukwerk regelmatig
een zeer graag geziene gast in met name tehuizen voor lichamelijk
en/of verstandelijk gehandicapten, gevangenissen als Bijlmerbajes en
Veenhuizen, en andere niet commerciële instellingen.
Met de komst van Sjouke werd een fraaie gele Mercedesbus aangeschaft
en reed Drukwerk in voor hen ongekende luxe over de snelwegen naar
optredens in alle uithoeken van Nederland, van Vlagtwedde tot
Wervershoof en van Uithuizen tot Sluiskil. Er waren negen stoelen in
de bus, maar de vier niet door bandleden ingenomen plaatsen waren
zelden of nooit onbezet. Altijd gingen er vriendinnen, vrienden,
fans, buren, ouders, kinderen of wie dan ook mee.
En
elke keer weer, 150 keer per jaar, was het een onvergetelijke avond
uit voor allemaal, de bandleden incluis. Het leven was één
doorlopend feest!
Ook de technische ploeg, die Drukwerk zich inmiddels kon
permitteren, maakte vast onderdeel uit van de familie. Tussen de
soundcheck om 18.00 uur en de start van het optreden rond de klok
van 21.00 uur gingen de bandleden, de roadies en de gasten met z’n
allen uit eten, een vast en oergezellig ritueel.
Inmiddels was er ook een Drukwerk-fanclub, in januari 1981 opgericht
door Jan en Rita Schmitz, en in maart 1983 overgenomen door Yvonne
Schuszler. Elke twee maanden verscheen er een fanclubblad, dat in
nauwe samenwerking met de band zelf werd gemaakt. Er ging geen
editie voorbij of minstens drie van de vijf bandleden schreven er
zelf een stukje in. De band tussen Drukwerk en de fans is altijd
hecht en zonder drempels geweest. In de kleedkamer na optredens was
het altijd een drukte van belang. Fans werden zonder problemen
binnengelaten om foto’s met handtekeningen te halen en een praatje
te maken met de bandleden. En als de kleedkamer te klein was, gingen
de bandleden na afloop de zaal in om met de fans aan de bar een
biertje te drinken. Ook gebeurde het regelmatig dat er fans, die op
de fiets kilometers over het platteland hadden gepeddeld om naar de
feesttent waar Drukwerk die avond optrad te komen, ’s nachts na
afloop door de band naar huis werden gebracht, de fietsen in de
Drukwerkbus. Eenmaal bij het ouderlijk huis aangekomen stapte het
volledige gezelschap de huiskamer binnen om een biertje te komen
drinken. Waren pa en ma al naar bed, dan was Harry niet te beroerd
om ze even wakker te maken. Zo heeft menig vader en moeder ineens
die man met dat rode petje die ze van tv kenden naast z’n bed
aangetroffen, roepend: ‘Wakker worden, je hebt Drukwerk op bezoek,
dat maak je nooit meer mee!’ Waren de ouders wèl nog op en zaten ze
tv te kijken tot hun kroost thuis was, dan zette Ton al
binnenwandelend de tv uit met de woorden’ Die film ken ik al.’ Of
hij kwam op de fiets van dochterlief de huiskamer binnenscheuren met
de vraag waar de schuur zich bevond, nauwelijks de diverse meubels
ontwijkend.
De
volgende keer als de band dan in hetzelfde dorp kwam spelen, stonden
die ouders ook in de zaal mee te zingen en te dansen.
De
fans woonden door het hele land, waren van alle leeftijden en kwamen
uit alle lagen van de bevolking. De meest fanatieke, vaste kern
bestond vooral uit jongens en meisjes in de leeftijd van 15 tot 25
jaar, die hun liefde voor Drukwerk deelden met hun liefde voor
Amsterdam en Ajax. Ook de jongens van de F-Side zijn altijd fervente
Drukwerk-supporters geweest.
“(N)IEMAND WINT”: EEN EDISON!
‘Slaap in het donker vrouw slaap met de nacht
Omarming heeft de droom ons gebracht’
(Uit: Cel bij nacht, 1983)
In
de zomer van 1983 gaat Drukwerk, opnieuw onder de productionele
leiding van Coen van Vrijberghe, de studio in om de derde elpee op
te nemen, met de cryptische titel “(N)Iemand wint”. Op de hoes
ontworpen door Jan Fijnheer, naar idee van de band, zie je nog de
hand van Coen aan het puzzelen. De titelsong is wederom een cover
van Bob Dylan, van een Nederlandse tekst voorzien door Harry. Het is
een ode aan een aantal overleden vrienden uit de directe omgeving
van de band. Verder staan er een aantal liefdesliedjes op, zoals ‘Je
kunt me wel raken’, ‘Ik wil niet meer terug’, ‘Zilver’ en ‘’n
Weekend’, in wisselende combinaties geschreven door Harry, Hans en
Ton.
Het linkse, maatschappij-kritische element is vertegenwoordigd in de
songs ‘Bezuinigen’ van Peter Zwerus en Harry, en ‘Onder mijn dak’
van Harry en Ton.
Heel bijzonder is het nummer ‘Cel bij nacht’, een tekst samengesteld
door Hans van de Berg uit gedichten van Jan de Greeff (de Rooie), de
overleden man van Adrie Benschop, die hij haar had geschreven vanuit
de gevangenis. Speciaal voor een aflevering van de talkshow van
Tineke de Nooy, waarin Adrie Benschop, een Nederlandse vrouw die met
ter dood veroordeelden in de VS correspondeert, hebben Hans en Ton
dit lied geschreven. Verder zijn Casper Peterson en Nico van
Apeldoorn, de makers van ‘Je loog tegen mij’, opnieuw
vertegenwoordigd met twee stukken, ‘Eddy’ en ‘Hee Amsterdam’. De
eerste single is ‘Lijn 10’, een nummer van Hans van de Berg. Helaas
komt dit werkje niet verder dan de tipparade. De tweede single ‘Hee
Amsterdam’ komt na een bijna net zo moeizame start als ‘Je loog
tegen mij’ na drie maanden uiteindelijk toch de top 40 binnen, in
december 1983, en wordt daarmee de zesde top 20-hit in twee jaar
tijd.
Kort daarvoor vindt het legendarische optreden in het Amsterdamse
Concertgebouw plaats. Harry vertelt daarover: ‘Ik vond dat we maar
eens een groot concert moesten geven, twee jaar na onze doorbraak.
In het Concertgebouw hadden de groten der aarde gestaan, dus ik
dacht: dat moeten wij ook maar eens een keer
doen. Zodoende ben ik met Co Dehé naar het Concertgebouw gegaan en
ja, dat soort grote popconcerten deden ze niet meer, want het gebouw
was niet meer in zo’n goeie staat. Dus toen vroeg ik: kunnen we het
ook huren? Nou, dat kon. Op maandagavond. Okay, wat kost die tempel?
Iets van 40, 50 duizend gulden. Nou, dat moeten we dan maar gewoon
doen. Toen hebben we met EMI afgesproken dat we er een live-elpee op
zouden nemen. Ja, dat optreden… Als je dat toch als jongetje van de
Bloemgracht uit de Jordaan weet te bereiken, dat je ook een keer
staat waar de groten der aarde hebben gestaan, dat is toch wel een
kick.
Men vraagt mij wel eens: “Wat is je drijfveer?” Dat is toch - zeker
als ik in dat soort tempels speel – dat gevoel van: dit zou mijn
vader eens moeten zien. Altijd iets van: kijk, pap, ik ken een
kunstje.’
Terwijl Drukwerk het Concertgebouw plat speelt en voor de zesde keer
een grote hit scoort, besluiten Hans van de Berg en Jean Offenberg
er een punt achter te zetten. Harry: ‘Hans was al die tijd
godsdienstleraar gebleven , dat wilde hij niet loslaten, en hij
kreeg toen zijn tweede kind en het werd hem allemaal te veel. Dus
hij koos voor zijn gezin. Hij hield het gezien. Met hem is er nooit
een conflict geweest. En waarom ging Jean er ook alweer uit? Ik had
wel een paar conflicten met hem gehad. Bijvoorbeeld: Jip Golsteijn
van De Telegraaf wilde een interview met Drukwerk. Als ik dan zei:
wie wil je spreken?, dan zei-ie: jou. Dan zei ik: wie zal ik
meenemen?, en zei hij: ik heb verder met die band niks te maken, ik
wil alleen jou. Jean reageerde dan met: “Dat doe jij expres. Jij
eist dat op. Jij wil de belangrijke man wezen.” Maar dat was
natuurlijk onzin! En ik vraag me af: wat had-ie ermee willen doen?
Denkt-ie dat ie daarmee meer carrière had gemaakt? Het lullige was,
als je nou een hekel aan iemand hebt, dan is het geen probleem. Maar
ik heb nog steeds bij alle mensen die in Drukwerk hebben gespeeld
een zeer warm gevoel. Maar hij nam mij dus kwalijk dat ik teveel
aandacht kreeg. Dat heb je altijd als frontman, als zanger heb je
meeste aandacht. Ik vertolkte de liedjes, ik schreef ook veel
liedjes. Ik kon daar niks aan veranderen. Ik kon
moeilijk tegen Jip zeggen: je krijgt Jean Offenberg en anders heb je
pech gehad.’
En
dus gaf Jean de basgitaar terug aan de man van wie hij hem in
september ’81 had overgenomen: Hans Witteveen. ‘Wippesteyn’ was al
vrij snel na zijn vertrek uit de band teruggekeerd als geluidsmixer
en roadie, en nu klom hij weer op het podium. Om een nieuwe
toetsenist aan te trekken plaatste Drukwerk een advertentie in de
Telegraaf: ‘Topband zoekt toetsenist’.
De
22-jarige student Engels Edwin Gitsels reageerde voornamelijk uit
nieuwsgierigheid welke band zichzelf ‘topband’ durfde te noemen. Er
kwamen slechts drie brieven op de advertentie (hadden ze de naam
‘Drukwerk’ er maar bij moeten zetten) en alleen Edwin’s brief leek
serieus genoeg om hem voor een gesprek uit te nodigen. Na twee
uurtjes borrelen in de kroeg met de hele band was het duidelijk dat
het klikte en werd hij aangenomen. ‘Moeten jullie me niet eerst
horen spelen dan?,’ vroeg hij nog. ‘Welnee,’ zei Harry, ‘als je niet
kan spelen schrijf je toch niet op zo’n advertentie?’
Op
1 januari 1984 ging Drukwerk in de nieuwe bezetting van start. Nog
diezelfde maand kwam de live-registratie van het
Concertgebouw-optreden uit. Eind januari ging de band de studio in
om ‘Onder mijn dak’ van de elpee ‘(N)Iemand wint’ opnieuw op te
nemen. Het werd de derde single van de elpee, maar helaas haalde het
nummer de hitparade niet. Hoewel ‘(N)Iemand wint’ dus maar één hit
opleverde, kwam de bekroning op 1 mei alsnog toen Drukwerk uit
handen van Johnny Jordaan de Edison in de categorie ‘Volkse muziek’
mocht ontvangen in een door Willem Ruis gepresenteerd live-gala.
Vlak voordat de band daar live ‘Onder mijn dak’ ging spelen, ging de
zender op zwart vanwege een bommelding! De Drukwerkers speculeerden
onderling wie van de andere twee genomineerden in dezelfde categorie
daarachter zou zitten: Corry Konings of Vader Abraham…
“HO STIL WACHT STOP”: DRUKWERK GAAT IN ZAKEN
‘Want er is ook nog liefde
En
er is ook nog gein
Wat is er nou mooier
Dan onder vrienden te zijn?’
(Uit: Ho stil wacht stop, 1984)
Terwijl de zegetocht langs de feesttenten, zalen en discotheken van
Nederland onverminderd doordendert en Drukwerk in 1984 het absolute
record van 175 optredens behaalt, waren er een paar problemen die
een gezamenlijke oplossing blijken te hebben. Het eerste was dat de
oefenruimte waar Drukwerk altijd repeteerde, United Sweat van Coen
van Vrijberghe, zo vaak bezet was dat de nog vaker bezette bandleden
nauwelijks de tijd konden vinden om daar aan het werk te kunnen. Het
tweede was dat Harry en Marijke het wonen op een woonboot zo zoetjes
aan wel gehad hadden, terwijl Edwin het zat was om in onderhuur bij
zijn ex-vriendin te zitten. Het derde was dat Drukwerk BV zo
onderhand wel eens toe was aan een kantoor waar Co Dehé zijn werk
kon doen, waar de band kon vergaderen en waar relaties ontvangen
konden worden voor zakelijke besprekingen. Al deze problemen
verdwenen als sneeuw voor de zon door de aankoop van een prachtig
grachtenpand op de hoek van het Singel en de Brouwersgracht. In de
kelder kon de band repeteren, op 1 hoog kon Co kantoor houden, op 2
hoog konden Harry en Marijke wonen en op 3 hoog Edwin. Bleef over de
begane grond en de vierde etage. Er bleek een horecabestemming op
het pand te zitten, dus was het idee snel geboren: laten we een
ontmoetingsplaats voor onze fans creëren, een soort fanclubhuis. Zo
opende Café Drukwerk haar deuren. De man van fanclubvoorzitster
Yvonne, Karel Schuszler, werd aangenomen als kroegbaas en de
Schuszlers namen hun intrek op de bovenste etage.
Als kroon op het geheel plaatste Edwin’s vader een levensgrote rode
pet op de klokgevel, zodat in de wijde omtrek en vanuit de
rondvaartboten te zien was wie daar huisden.
Terwijl het kort daarvoor volledig uitgebrande pand geheel naar de
wensen van de nieuwe bewoners werd herbouwd, kwam in augustus de
eerste nieuwe single van het vijfde album van Drukwerk uit. Deze
elpee, die al in april werd opgenomen, was vernoemd naar het door
Hans Witteveen geschreven werkje ‘Ho stil wacht stop!’ Er staan twee
van een door Harry geschreven Nederlandse tekst voorziene covers op,
‘Kapsones’ (een cover van ‘The great pretender’ van The Platters) en
‘Achmed’ (‘Get Back’ van The Beatles), een compositie van Ton -
het funky ‘Kanjer’- en de overige acht
nummers kwamen uit de koker van nieuweling Edwin Gitsels. Zes
daarvan zijn teksten van Harry, door Edwin van muziek voorzien. Voor
‘Michiel’, een ballad over een jongetje wiens ouders gaan scheiden,
schreef Edwin tekst èn muziek en ‘Carolien’ tenslotte is een
bewerking van twee nummers van het vorige bandje van Edwin, Tape
Running. De tekst is van Jacky Everwijn, buurvrouw van Harry toen
hij nog op de woonboot woonde. EMI koos voor ‘Carolien’ als single,
en dat bleek een schot in de roos, want op de dag dat de bandleden
naar Heemstede reden om te onderhandelen over een nieuw contract met
de platenmaatschappij, 1 september 1984, bombardeerde Veronica het
lied tot Alarmschijf. Daarmee was een hit verzekerd, en een stevige
aandacht voor de diezelfde maand te verschijnen nieuwe elpee
gewaarborgd. Een mooiere uitgangspositie voor een nieuw contract kon
je je bijna niet voorstellen, en zo geschiedde: Drukwerk tekende
voor twee jaar bij.
Uiteraard wist Harry opnieuw iets extra’s uit deze voordelige
situatie te slepen. Hij bedong groen licht en een budget voor het
opnemen van zijn grote droomwens: een elpee met liedjes van Wim
Sonneveld.
Twee weken later was het groot feest op het Singel. Duizenden mensen
waren er getuige van hoe wethouder Jan Schaeffer Café Drukwerk, de
bedevaartplaats voor Drukwerk-fans, officieel opende. Van het feit
dat er voor het café nog geen vergunning was afgegeven, was Jan
Schaeffer niet op de hoogte. Direct na het lint doorknippen werd hij
door een ambtenaar op de schouders getikt met die mededeling. Jan
Schaeffer reageerde fel met: “Dan ga je dat nu als de flikkerij in
orde maken”. Twee dagen later lag de vergunning op de deurmat.
Drukwerk gaf een spetterend openingsoptreden en vanaf dag 1 was het
kroegje een daverend succes. De bandleden waren er regelmatig te
vinden, er werden allerlei krankzinnige feesten georganiseerd, zoals
een skifeest in hartje zomer en een tropical feest in zwemkleding
midden in de winter, en elke zondag was er een live radio-uitzending
van radiopiraat Star, waar bekende artiesten als Normaal, De
Havenzangers, Circus Custers en veel jong talent als René Froger,
Gordon, enz. acte de presence gaven.
‘Carolien’ behaalde ondertussen de 12e plaats in de hitparade, en op
8 oktober kwam ‘Ho Stil Wacht Stop’ uit, die het onmiddellijk tot
elpee van de week schopte bij Veronica en in de Hitkrant, en ook in
diverse andere kranten en tijdschriften lovend werd ontvangen. Op 1
november kwam ‘Kapsones’ op single uit, en hoewel dit nummer de Top
40 net niet haalde, stond-ie wel drie weken lang op nummer 2 van de
tipparade. Inmiddels had Drukwerk besloten dat het
Concertgebouw-feest van het jaar daarvoor nog maar eens dunnetjes
overgedaan moest worden. Dit keer werd Carré afgehuurd, en op 18
november stond het legendarische theater aan de Amstel op zijn
grondvesten te schudden. Er werden tv-opnames gemaakt, die pas zeven
maanden later door Veronica werden uitgezonden. De fanclub
overschreed in december voor het eerst de 500 leden. En in januari
1985 volgde de bekroning van dat uiterst succesvolle jaar: Drukwerk
kreeg de Veronica Award voor Beste Nederlandstalige Groep van 1984!
Diezelfde maand kwam de derde en laatste single van ‘Ho Stil Wacht
Stop’ uit, ‘Michiel’.
Hoewel Drukwerk er een stuk of vier tv’s mee had, onder meer tijdens
de Elfstedentocht van dat jaar, flopte de single jammerlijk. Voor
het eerst kwam een Drukwerk-single èn niet in de Nationale Hitparade
èn niet in de Tipparade van de Veronica Top 40 binnen…
“’N DEEL VAN JOU”: DE EERSTE HAARSCHEURTJES
‘Je hebt jaren gekend van succes en geluk
En
werd op handen gedragen
Maar in de tijd dat ’t slecht met je ging
Konden vrienden soms weinig verdragen’
(Uit: ’t Is weer fijn langs de lijn, 1985)
1985 was door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Jongerenjaar.
En natuurlijk was dat voor de band van voormalig jongerenwerker
Harry Slinger, een band die bekendheid verwierf met een lied over
zich vervelende jongeren in Amsterdam-Noord, een uitgelezen kans om
te laten horen dat zij nog steeds stond voor de goede zaak. Het idee
ontstond om een EP uit te brengen met vier stukken die met het
Jongerenjaar te maken hadden. Dat werden ‘Jong is toekomst’,
speciaal voor dit doel geschreven door Harry en Edwin,
‘Vaarwel welvaart’, een ingezonden tekst van ene Bobeldijk Junior,
op muziek gezet door Edwin, ‘Voor mekaar’, een tijdloos topstuk van
de gelijknamige band, en een bluesversie van ‘Ik verveel me zo’. EMI
wilde echter niet investeren in dit project: ze geloofden er niet in
dat daar geld mee verdiend kon worden. Het feit dat ze zich
contractueel hadden vastgelegd aan een Sonneveld-elpee vonden ze al
riskant genoeg. Maar daar lieten Slinger en de zijnen zich niet door
tegenhouden. Tussen Kerst en Oud & Nieuw 1984, toen de EMI burelen
volledig verlaten waren in verband met de kerstvakantie, dook
Drukwerk doodleuk de studio in en nam de vier nummers op, uiteraard
wederom onder leiding van Coen van Vrijberghe. Inmiddels toonde de
FNV serieus interesse in het plan om deze Jongerenjaar EP als
cadeautje aan al hun 500.000 leden uit te delen. Helaas kwam dat
idee er bij de hoogste FNV-leiding niet door. Ook EMI zag er niet
veel brood in om het EP’tje commercieel uit te brengen. Het moge
duidelijk zijn dat de relatie tussen artiest en maatschappij daar
niet door verbeterd werd. Uiteindelijk kwam het plaatje in maart ’85
alsnog uit, maar promotioneel wist EMI er totaal geen raad mee en
dus ging het project roemloos ten onder.
Eind februari was Drukwerk begonnen met de opnamen van de zesde
elpee. Gewapend met 15 zelfgeschreven, in de eigen repetitieruimte
compleet uitgewerkte en gearrangeerde stukken kwam de groep de
studio binnen. Inmiddels kenden de vijf bandleden wel zo’n beetje
het klappen van de zweep, waardoor de rol van producer Coen van
Vrijberghe enigszins gemarginaliseerd werd. Na twee opnamedagen had
Coen daar dermate veel moeite mee dat hij aankondigde op te stappen.
‘Jullie zijn prima in staat zelf deze elpee te produceren, ik ben
overbodig geworden,’ zei hij. Het kostte de band de nodige
overredingskracht om hun producer toch binnenboord te houden,
en uiteindelijk bleef Coen en maakten ze gezessen het project
af.
De
nieuwe stukken waren vrijwel allemaal gecomponeerd door Edwin, op
één na, ‘Gelukkig Rijk’ van Ton. De teksten waren voor de helft van
Harry en voor de helft van Edwin. Ook Jacky Everwijn, de
tekstdichtster van ‘Carolien’, was weer vertegenwoordigd met
‘Schlemiel’.
Er
was nog één maatschappij-kritisch nummer bij, het tegen de
Russisch-Amerikaanse kernwapenwedloop gerichte ‘Ik wil zonneschijn’;
de overige 13 stukken waren liedjes over relaties (‘Wat niet weet
wat niet deert’, ‘Stromend water’, ‘Zonder hem’, ‘Kom terug’,
‘Schlemiel’), over de gestorven hond van Edwin (‘Het laatste
eerbewijs’) , over het artiestenvak (’n Deel van jou’) en
cabareteske onderwerpen als de automatisering (‘Mister Chip’),
sadomasochisme (‘Zwart leer’) en een positieve levenshouding (‘Maak
er wat van’).
Na
de eerste luistersessies met de platenmaatschappij werd besloten om
‘Kom terug’ op single uit te brengen, een rock& roll-nummer over een
jong verliefd Amsterdams stel waarvan er één naar Lelystad verhuist.
De
favoriet van manager Jan Buys was echter ‘Het laatste eerbewijs’.
Hij draaide het nummer op zijn sterfbed grijs. Eind ’84 werd bij hem
kanker geconstateerd; op 4 mei 1985 overleed hij op slechts
48-jarige leeftijd. Jan was van onschatbare waarde voor de
successtory van Drukwerk. Hij wist precies hoe hij dat losgelaten
stelletje Amsterdamse branieschoppers in de hand moest houden zonder
hun spontaniteit en creativiteit in te dammen. De ommekeer van een
anarchistische feesten- en partijenbandje naar een professionele
popgroep is voor een groot deel aan hem te danken. Vanzelfsprekend
gaf Drukwerk na zijn overlijden het management in handen van zijn
broer Jaap.
‘Kom terug’ wordt in juni uitgebracht; het nummer doet helemaal
niets. Radio en tv negeren het singletje compleet, alleen de
piratenstations draaien het. Zelden was een Drukwerk-single zo
verpletterend geflopt.
Maar kort daarop wordt Harry gevraagd door producer Hans van Eyck,
de vroegere pianist van de Tee Set en de latere huiscomponist van de
firma Endemol, om samen met het Nederlands Elftal het voetballied
‘”t Is weer fijn langs de lijn’ op te nemen. Deze single is bedoeld
om de toenemende agressie rond het voetbalveld op een ludieke manier
een halt toe te roepen. Dit doel is, zo leert de geschiedenis,
compleet mislukt, maar het plaatje werd wel een hit! En dat terwijl
het Nederlands Elftal er geen noot op gezongen heeft: het
meelallende mannenkoor bestaat geheel uit de overige vier
Drukwerk-leden, een keer of 5 overal elkaar heen opgenomen. De
spelers van Oranje zijn alleen in de studio geweest om de foto die
op het hoesje staat en waarop het lijkt alsof ze met Harry samen een
plaatje staan op te nemen, te maken.
De
nieuwe elpee lag nog steeds op de plank, dus besloot EMI om het
geflopte ‘Kom terug’ eraf te halen en te vervangen door ’t Is weer
fijn langs de lijn’. Ondertussen was er nòg een actielied
bijgekomen. In september werd er in samenwerking met de Nederlandse
overheid een grote tv-actie gehouden ter bevordering van het
schoonhouden van ons land. ‘Nederland schoon’ heette die actie, en
Drukwerk werd gevraagd om een actielied op te nemen. Dat werd de
dubbele A-kantige single ‘Nederland schoon’ (tekst & muziek: Edwin
Gitsels) en het Wim Sonneveld-lied ‘Loflied op Dora’, over een
schoonmaakster die ‘de binnenboel en de buitenboel doet’. Voor de
tweede en laatste keer in de geschiedenis maakte Drukwerk een heuse
videoclip, voor ‘Nederland schoon’, die in de Veronica tv-actie
wordt uitgezonden. (De eerste keer was een clipje voor ‘Hee
Amsterdam’, gemaakt door het team van AVRO’s Toppop). In de clip
speelde de moeder van de fanclubvoorzitster Greet Boerstra de rol
van Dora, een rol die ze in die periode met veel verve op menig
podia in Nederland vervult. Greetje (Harry’s tweede moeder) is
inmiddels 86 jaar en wordt door velen nog steeds met ‘Dora’
aangesproken.
Vanwege de vele publiciteit rond deze actie werd ook ‘Nederland
schoon’ op de nieuwe elpee gezet. ‘Mister Chip’ werd verbannen naar
de B-kant van ‘Het laatste eerbewijs’, dat in november 1985 werd
uitgebracht. Het nummer kreeg wat meer airplay dan ‘Kom terug’, maar
verkoopt nauwelijks. De in oktober eindelijk verschenen elpee ‘”n
Deel van jou’ was, bij gebrek aan hits, de eerste Drukwerk-elpee die
de Elpee Top 50 niet haalde.
De
fans kon het allemaal weinig schelen.
De
fanclub telde opnieuw een record aantal leden, meer dan zeshonderd,
en in een enquete noemden ze allemaal ‘”n Deel van jou’ als de
mooiste Drukwerk-elpee ooit. Bovendien speelde de band nog steeds
een slordige 150 keer in het land en zaten de zalen onverminderd
vol. Opvallend was wel dat de optredens zich steeds meer boven de
grote rivieren concentreren; in Brabant en Limburg wordt Drukwerk
zelden geboekt. Om daar eigenhandig wat aan te doen besloot de groep
een theatertoertje in met name de zuidelijke provincies te
organiseren.
Dat was meteen een goeie vingeroefening voor het grote, voor 1986
geplande Sonneveld-project.
‘PETJE AF VOOR SONNEVELD’: HET BEGIN VAN HET EINDE
‘Haal ’t doek maar op, doe ‘t licht maar an
Dan zal ik je eens even laten zien wat ik kan’
(Uit: Ik zou nooit iets anders willen zijn, 1986)
Op
de dag dat ‘Carolien’ Alarmschijf werd en Drukwerk een nieuw
contract tekende met EMI werd de afspraak
gemaakt dat er een elpee vol bewerkingen van liedjes van Wim
Sonneveld gemaakt mocht worden, een zogenaamde project-elpee. Tegen
de tijd dat deze plaat daadwerkelijk uitgebracht werd, januari 1986,
was de situatie behoorlijk veranderd. ‘Carolien’ bleek de laatste
single waarmee Drukwerk de Top 40 haalde (‘’t Is weer fijn langs de
lijn’ niet meergerekend). Van de daaropvolgende zes singles haalden
er twee de tipparade en dat was ‘t. ‘Ho Stil Wacht Stop’ was nog
redelijk succesvol, maar ‘n Deel van jou’ was voor
Drukwerk-begrippen een regelrechte flop. Tegen die achtergrond was
het een bepaald risicovolle onderneming om zo’n gewaagd project als
‘Petje af voor Sonneveld’ uit te brengen. Het kon alle kanten op:
het kon een groot succes worden, maar evengoed een enorme
mislukking. Spannende tijden braken aan.
De
release van de Sonneveld-elpee zou vergezeld gaan van een
theatertournee met dezelfde naam: ‘Petje af voor Sonneveld’. Voor de
pauze speelde Drukwerk eigen repertoire van door de jaren heen,
grotendeels in een nieuw theaterjasje gestoken, en na de pauze
stukken van Sonneveld. Edwin had de Sonneveld-stukken van een nieuw,
eigentijds arrangement voorzien, zijn vader had het décor ontworpen,
en Kees Prins, later bekend van Jiskefet en zijn rol van Johnny
Jordaan in de tv-serie “Bij ons in de Jordaan”, werd aangetrokken
als regisseur. Al in september van 1985 was Drukwerk de studio
ingegaan om de elpee op te nemen. Voor het eerst promoveerde de
groep van Studio 2 met 16 sporen naar Studio 1 met 24 sporen.
Theaterdier Coen van Vrijberghe was als producer weer helemaal in
z’n element, hij geloofde net als de band heilig in het project.
Elf dagen voor de presentatie van de elpee werd Harry onderscheiden
met de Bob Scholte-ring, een belangrijke prijs voor zangers en
zangeressen, en een mooie opsteker op een uitstekend moment.
Op
27 januari was het zover: in de foyer van het Nieuwe de la
Mar-theater werd het eerste exemplaar van de Sonneveld-elpee aan de
band uitgereikt door niemand minder dan cabaretkenner Wim Ibo, die
ook een aantal lovende woorden op de hoes had geschreven.
Sonneveld’s voormalige vriend en tekstschrijver Friso Wiegersma was
erbij, en ook de broer en het nichtje van Sonneveld waren gekomen om
hun zegen aan het project te geven. Het mocht niet baten.
Onder leiding van o.a. radiopresentator Herman Stok en journalist
Jacques d’Ancona stak er een orkaan van protest op tegen de plaat,
waarbij termen als ‘heiligschennis’, ‘grafschennis’ en ‘posthume
verkrachting’ niet van de lucht waren. Harry relativeert: ‘Je moet
je goed realiseren, dat repertoire was voor velen heilig op dat
moment. Daar mocht je niet aankomen. Wij hebben dat werk
opengebroken, waarna zelfs André van Duin en Rob de Nijs en vele
anderen stukken van Sonneveld hebben opgenomen en dat ook in alle
vrijheid konden doen. Daar is nooit meer kritiek opgekomen. Ik vind
het nog steeds een fantastische elpee. Maar het is commercieel
gezien vreselijk mislukt. Misschien waren we wel een paar jaar te
vroeg. Het heeft me niet echt geraakt, die kritiek. We hebben
Sonneveld nooit nagedaan, dat was onze insteek helemaal niet. We
wilden alleen maar laten zien dat dat repertoire tijdloos was.’
Een week na de premièreparty van de Sonneveld-elpee speelde Drukwerk
op het jaarlijkse voetbalgala waar de Gouden Schoen voor de beste
voetballer van het jaar werd uitgereikt, georganiseerd door de KNVB
en dat jaar uitgezonden door de KRO. Een paar maanden daarvoor had
Harry een hit gehad met ‘”t Is weer fijn langs de lijn’, dus dat
paste perfect. In overleg met de organisatie werd besloten dat
Drukwerk die stugge voetbalbobo’s een beetje los zou spelen voordat
de uitzending begon, en in de uitzending twee voetballiedjes zou
doen, ‘’t Is weer fijn langs de lijn’ en ‘Ome Thijs’ van Sonneveld.
Die promotie in zo’n goed bekeken show kon de band goed gebruiken en
dus waren ze bereid te investeren in het inhuren van de roadies en
het neerzetten van hun complete podiuminstallatie om een
live-optreden te kunnen doen. Naast Drukwerk zouden ook Mai Tai en
de Margriet Eshuijs Band een optreden verzorgen.
Het gala werd overdag opgenomen in het Philips Ontspanningscentrum
te Eindhoven en zou diezelfde avond worden uitgezonden door de KRO.
Na een dag hard werken waren de bandleden net op tijd thuis om om
negen uur thuis op de bank naar de vruchten van hun verrichtingen
van die dag te kunnen kijken. Maar al wat er kwam: geen Drukwerk. De
band was er simpelweg uitgeknipt, en de KRO had geen contact
opgenomen om te laten weten dat er wat was gebeurd, laat staan
waaròm! Harry: ‘Ik was zó laaiend! Al hadden die lulkoeken maar
verzonnen dat er een technische reden voor was, dan had ik daar nog
vrede mee gehad. Maar niets, helemaal niets. Dus ik was woest. En
dan ben ik die driftige opstandige Amsterdammer die denkt van: ja,
je kan me naaien, maar er blijven grenzen. We hadden er veel geld
aan uitgegeven , met een paar honderd gulden als onkostenvergoeding.
Dus ik denk: ik ga naar Hilversum, naar de KRO. Ik had nog geen idee
waarom. Ik wilde de directie spreken of zo. Alsof die ’s avonds daar
nog op kantoor zitten te werken. Als het goed is natuurlijk wel,
maar die gaan om vijf uur naar huis. Nou had ik toen nog geen
rijbewijs, maar Marijke had een autootje. Ik wilde een taxi nemen,
maar Marijke dacht: ik rij hem er wel naar toe, dan kan ik hem
onderweg kalmeren. Dus zat ze op me in te praten, maar het werd
Weesp, het werd Naarden, het werd Laren en ik werd steeds kwader en
kwader. Godverdomme, wij werken ons de pleuris, we steken er geld in
en we worden er uit-ge-knipt! Uiteindelijk komen we daar op de
Emmalaan en Marijke zei toen we uitstapten: wat ga je nou doen? Ik
zie daar die glazen pui, ik zie een losliggende steen en ik dacht:
die pui gaat eraan! Toen was er echt niemand die me meer tegen kon
houden. Dus ik ga er eens goed voor staan en klabang! De eerste keer
stuiterde die steen terug, pas de tweede keer ging die hele
deurpartij eraan. Ik moet je eerlijk zeggen: ik heb in mijn hele
leven nog niet zo’n opluchting gevoeld als toen. Het was gebeurd,
het was eruit, en de gevolgen interesseerden me geen bal. Ik was
meteen weer vrolijk. Toen reden we naar huis en onderweg naar huis
bedacht ik me dat daar twee gewone portiers zaten die daar ineens
met een chaos van glas zaten en zich de pleuris geschrokken moeten
zijn. En ik realiseerde me ineens: niemand weet wie dat gedaan
heeft! Dat heeft geen enkel effect.
Dus toen ik thuiskwam is het eerste wat ik gedaan heb de KRO gebeld:
‘Met Harry Slinger, ik wil even m’n excuus aanbieden…’ ‘Ja daar
hebben we nu geen tijd voor, want het is een chaos hier.’ ‘Ja daar
gaat het nou juist om, dat was ik.’ Dus ik het uitleggen. Daar liep
natuurlijk recherche in de rondte en die kregen meteen van die
portier te horen: Harry Slinger van Drukwerk heb ’t gedaan omdat-ie
uit het programma geknipt is. Twee uur later staat dat op de telex
en weer een uur later gaat de telefoon: Henk van der Meyden. Er is
beweerd dat ik Henk heb gebeld, maar ik heb Henk niet gebeld. Henk
heeft dat van de telex afgehaald. Dus de volgende dag stond het op
de voorpagina van de Telegraaf. Ik heb nog nooit zoveel bloemstukken
van collega’s en mensen uit het vak gehad! Dat was niet te filmen,
gelukstelegrammen, noem maar op.
Er
werd een actiegroep opgericht “de bezem door Hilversum” Ik kreeg
zelfs een gouden steen en een zilveren hangertje aangeboden. Ik had
in 14 dagen 5 pagina’s Telegraaf.
En
met de KRO is het uiteindelijk keurig opgelost. Ik heb de deuren
betaald en we kregen vervangende tv-optredens. En toen de KRO, de
AVRO en de NCRV in 1999 hun nieuwe, gezamenlijke pand openden, wie
werd er toen uitgenodigd om te komen zingen? Slinger! Toen heb ik
dat uiteraard nog even aangehaald, en gezegd dat ik erg blij was dat
ze nu een pand met zoveel glas hadden gebouwd. Achteraf kwam er een
man naar me toe en die zei: “Ik was de portier die avond, ik ben me
de pleuris geschrokken. Wat leuk dat ik je nou eens ontmoet.”’
In
diezelfde veertien dagen dat de media zich op De Steen stortten,
stond Drukwerk op twee belangrijke, succesvolle festivals: op 5
februari in de Martinihal in Groningen, met o.a. de Golden Earring
en de Time Bandits, en op 14 februari in het Concertgebouw in
Amsterdam, met o.a. George Baker, Piet Veerman en Annie Schilder.
Maar de belangrijkste avonden volgden op 19 en 20 februari in
Theater Agora in Lelystad. Daar ging de Sonneveld Theatershow in
première, de 19e voor de fanclub en vrienden en familie, de 20e de
officiële première voor publiek en pers. En al was het erg wennen om
die losgeslagen feestband ineens een keurige theatershow te zien
doen: het publiek genoot zichtbaar. De pers had een makkelijke
avond: de recensies waren voor aanvang al bedacht: het was per
definitie ‘not done’ dat een groepje gewone Amsterdamse jongens die
begonnen waren op de barricaden bij krakersacties, in buurthuizen en
op bruiloften en partijen zich waagden aan het heilige
Sonneveld-repertoire, nota bene in Het Theater! Dat was toen nog zo,
in 1986.
De
theatertour bestond uit 12 voorstellingen, de laatste in De Nieuwe
de la Mar in Amsterdam. De bezoekersaantallen varieerden van enkele
tientallen tot een volle bak. Er kwamen na afloop in de foyer alleen
maar positieve reacties. Drukwerk zelf genoot ook enorm van het
verwezenlijken van deze droom, al zou het op dat gebied hierbij
blijven.
De
elpee stond nog wel zes weken in de Elpee Top 50, maar voor de
singles ‘Sonneveld Souvenirs’, een medley van Sonneveld successen,
en het Drukwerk op het lijf geschreven ‘Ik ben m’n petje kwijt’
bleef het bij redelijke radio-airplay en een enkel tv-optreden. Meer
kon er ook niet verwacht worden, want EMI had al besloten de banden
met Drukwerk te verbreken en het in augustus verlopende tweejarige
contract niet te willen verlengen. Het conflict dat daaraan ten
grondslag lag ging met name over de kritiek die Drukwerk had op het
beschikbare promotiebudget. Harry: ‘Daar kwam bij dat er ik weet
niet hoeveel geld werd gestoken in vage semi-artistieke bandjes als
Mekanik Kommando en Sammy America’s MAM en weet ik veel, en dat er
tonnen werden gestoken in artiesten als Rob de Nijs die opnam op
Barbados en afmixte in Londen. De levensgrote De Nijs-poppen stonden
in de platenzaken, terwijl hij toen net zo min hits scoorde als wij.
We hadden toen contractverlengingsbespreking en ik vroeg aan EMI:
wat is er beschikbaar voor promotie voor Drukwerk? Wat is het
budget?
Wij rammen in één week in Studio 2 een elpee eruit, dat kost een
drol, en anderen zitten maanden in dure hotels en in Studio 1, waar
komt dat geld vandaan? Wie heeft dat verdiend? Wij! Daar is toen een
conflict om ontstaan, mede door directiewisselingen daar, en omdat
het nationaal product door gebrek aan landelijk succes minder hoog
op de ranglijst stond. Dat is ernstig geëscaleerd.’
Twee maanden later haakte ook Coen van Vrijberghe af. Hij had
besloten te stoppen met produceren en zich op zijn acteercarrière te
storten. Met succes: vooral als Johnny Flodder in de tv-serie
‘Flodder’ vierde hij triomfen, maar ook in het theater met The
Shooting Party was hij succesvol. Coen, die in 1999 plotseling is
overleden, heeft Drukwerk in de studio altijd met raad en daad
terzijde gestaan. Er is geen elpee geweest waarop hij niet, als een
soort Alfred Hitchcock in z’n eigen films, even een klein rolletje
speelde.
Zo
speelde hij de gitaarsolo in ‘Kapsones’ en ‘Wat niet weet wat niet
deert’ en is hij de stem van de vriend van Juffrouw van Dam in het
gelijknamige nummer en de basstem aan het slot van ‘Maak er wat
van.’
Maar daar bleef het niet bij. Ook bandleden van het eerste uur Ton
en Lucas maakten per begin augustus geen deel meer uit van Drukwerk.
Negentien jaar nadat Harry en Ton elkaar hadden leren kennen kwam
het tot een breuk tussen de twee oude vrienden. In Harry’s optiek
waren daar twee redenen voor. Eén daarvan had te maken met zijn plan
om tegenover het café ook een eigen platenzaak te openen,
gespecialiseerd in Nationaal Product. ‘De activiteiten waren mede
door mijn toedoen ernstig uitgebreid: een café, een platenzaak, noem
maar op. Dat platenzaakje Hollandsche Nieuwe was met name bedoeld om
loonpersingen van nieuw Nederlands talent een kans te geven. Op dat
moment wisten we nog niet dat er ergens in de firma Drukwerk een
financieel lek zat, daar kwamen we pas later achter. (In ’87 werd
ontdekt dat er uit Café Drukwerk grote sommen geld verdwenen waren.
Dat resulteerde in een onderzoek van de FIOD en de politie. Er was
sprake van oplichting en fraude. Drukwerk balanceerde jarenlang op
de rand van het faillisement.) Dat is, samen met de overgang van
vinyl naar cd in die tijd, de reden dat die platenzaak mislukt is.
Als je al die extra activiteiten, café, platenzaak, theatertour, een
repetitieruimte die we ook aan andere bandjes ter beschikking wilden
stellen, bij elkaar optelt, en dat bij met name die Sonneveld-elpee
er qua muzikaliteit hogere eisen gesteld werden aan de
desbetreffende muzikanten bleek er een aantal mensen niet aan te
kunnen voldoen. Zowel op het muzikale als op het organisatorische
vlak. Waar het mij om ging was: we hadden een aantal afspraken
gemaakt, die doet dit, die doet dat. Maar Ton en Lucas deden niet
waar ze ‘ja’ tegen hadden gezegd. En voor mij was het zo: als je dat
niet doet in een organisatie, hoe moet ik je dan vertrouwen op de
bühne? Voor mij was het vertrouwen weg! Dat was voor mij dodelijk.’
En
dus hebben Harry Slinger, Edwin Gitsels, Hans Witteveen, managers Co
Dehé en Jaap Buys en medevennoot annex bedrijfsleider van het café
Karel Schuszler bandleden Ton Coster en Lucas Huizinga de wacht
aangezegd. Zij werden vervangen door twee vrienden van Edwin,
gitarist Rabo Snellenberg en drummer Marcel Lee, die al eerder als
illustrator van de hoes van ‘’n Deel van jou’ en van de Sonneveld
theatershow met Drukwerk had samengewerkt.
‘NA MIJ DE ZONDVLOED’: DE LAATSTE JAREN
‘Ik wilde graag strijd maar ga soms te ver
Maar in dit geval was ik toch de ster
Ik
verloor niet mijzelf, ik heb ook geen spijt
Want wat ik ook zei, het was zeer bij de tijd’
(Uit: Twijfel geen moment, 1989)
Ondertussen had zich in de zomer van 1986 een nieuwe
platenmaatschappij aangediend: Phonogram had wel interesse in
Drukwerk, dit naar aanleiding van een demo die de band had opgenomen
onder productionele leiding van Richard Dubois, bekend van o.a. de
Dolly Dots.
Op
deze demo stond de latere single ‘Vijf pils geleden’, en dat was een
echt ouderwets Drukwerk-stuk, geschreven door J. Maes,T. Pieterse en
A. Rohé. Phonogram schoof producer Tom Peters naar voren, die ook de
platen van De Havenzangers en Corry Konings produceerde. Hij was net
bezig met een duettenplaat met Corry Konings, ‘Corry met en voor
vrienden’, in opdracht van platenmaatschappij CNR. Ook Drukwerk werd
gevraagd een stuk in te dienen voor die plaat. Harry en Edwin
schreven samen ‘Voor geen goud laat ik je gaan’, en het had weinig
gescheeld of dat nummer was in plaats van de grote hit ‘Ik wil
altijd bij jou zijn’ van Corry en Koos Alberts op single verschenen.
De elpee werd op 15 september ten doop gehouden in Café Drukwerk en
was in no time goud, waarbij ook alle artiesten waar Corry een duet
mee deed een ‘gouden taartpunt’ gesneden uit een ‘gouden plaat’
kregen. Het was na ‘Je loog tegen mij’, waar ruim 145.000 singles
van verkocht werden, het eerste edelmetaal voor de band.
In
oktober genoot Drukwerk van een welverdiende vakantie, en als de
leden op 31 oktober voor het eerst weer bij elkaar komen liet Hans
Witteveen weten het niet meer te zien zitten en de band per 31
december te willen verlaten. Dat betekende het vertrek van het
laatste lid van het eerste uur, buiten Harry uiteraard. Drukwerk
vond een vervanger in de persoon van Frank Schaafsma, toen vooral
bekend als acteur in onder meer de film ‘Schatjes’, maar daarnaast
een begenadigd bassist in het coverbandje De Koffers.
Op
3 november werd platenzaak Hollandsche Nieuwe geopend door de
Zangeres Zonder Naam, uiteraard met een groot feest waar artiesten
van allerlei pluimage, bij aanwezig waren. Ruim een week later, op
de elfde van de elfde, werd Harry tot Prins Carnaval van Amsterdam
gekroond, als opvolger van Prinses Carry (Tefsen) I. Harry zou Harry
niet zijn als hij daar niet weer een grootscheepse actie aan vast
zou knopen. Hij bedacht een plan waarbij hij in samenwerking met de
gemeente Amsterdam alle steentjes op de Dam wilde verkopen voor
ƒ11,11 per stuk waarna de naam van trotse eigenaar in zo’n steentje
zou worden gegraveerd. De opbrengst van deze actie zou gaan naar een
werkproject voor jongeren in Zuid-Afrika. Voor z’n project had Harry
contact gezocht met zijn oude hoofdonderwijzer uit de Jordaan,
broeder Thaddeus. Deze was in ruste in Maastricht maar had nog wel
via de missie contacten in Zuid-Afrika. Jordaan –Maastricht
–Carnaval –Jongeren –goed doel. Een prachtige combinatie vond Harry
maar het Commitee Zuidelijk Afrika dacht daar anders over. Ondanks
zijn succes als Mokumse Prins was de actie daardoor gedoemd te
mislukken.
Eind november werd er eindelijk weer eens een Drukwerk-single
opgenomen. In de Bullet Sound studio’s in Nederhorst den Berg, onder
productionele leiding van Tom Peters, werden ‘Vijf pils geleden’ en
‘Uit m’n bol van rock & roll’ op de band gezet.
Gek genoeg waren alleen Harry en Edwin daarbij; Tom Peters vond het
beter om met studiomuzikanten te werken. Het was, na de duettenplaat
met Corry, de eerste en laatste keer dat Drukwerk zich daartoe liet
verleiden. Aanvankelijk geloofde de band nog wel in Peters’ goede
bedoelingen, maar toen platenmaatschappij Red Bullet ‘Vijf pils
geleden’ uit wilde brengen en er een platencontract opgesteld werd,
bleek de producer mee te willen tekenen en op een eventuele elpee
minstens de helft van de liedjes te willen leveren. ‘Hij wilde z’n
zakken vullen over onze rug,’ aldus Harry. ‘Nou, dan ben je bij ons
aan het verkeerde adres.’
Dat was geen al te beste start voor ‘Vijf pils geleden’. Daar kwam
nog eens bij dat toen het plaatje uitkwam, in februari 1987, de
componisten van het werkje een kort geding tegen Drukwerk aanspanden
omdat ze de single ‘een verkrachting van hun compositie’ vonden. De
rechter oordeelde dat dat nergens op sloeg, maar de toon was gezet
en ‘Vijf pils geleden’ gaat roemloos ten onder. Red Bullet vond
begrijpelijkerwijs dat een band die eerst ruzie krijgt met zijn
producer en dan met de schrijvers van hun nieuwste singletje niet
ideaal is om in je stal te hebben en zet al weer snel een punt
achter de samenwerking.
Een maand later ging platenzaak Hollandsche Nieuwe failliet, minder
dan een half jaar na de opening. De traditiegetrouw volledig
volgeboekte zomer vertoonde angstaanjagend grote gaten in de agenda:
voor de maanden juli en augustus stonden er slechts 6 optredens op
de rol, tegen 15 het jaar daarvoor en rond de 25 in de jaren ’84 en
’85. Er zat weinig anders op: de bandleden moesten een tweede bron
van inkomsten gaan zoeken om in hun inkomen te voorzien. Frank
Schaafsma vond als eerste een job: hij kreeg een rol in de nieuwe
productie van Nooy’s Volkstheater, wat betekende dat hij per
september de band alweer moest verlaten, omdat hij zes avonden per
week in de theaters stond. Drukwerk zette een advertentie en een van
de sollicitanten was virtuoos Ivor Mitchell, die door iedereen Mitch
wordt genoemd en die al zijn hele leven zijn brood verdiende met bas
spelen.
Edwin vond een tweede baan: hij werd in september ’87 aangenomen als
eindredacteur van popweekblad Hitkrant. Rabo studeerde nog Engels en
had het daar druk genoeg mee, en Marcel kluste regelmatig bij in het
Chinese restaurant van zijn vader. Harry voorzag in zijn onderhoud
door voor het eerst in zijn leven als bandartiest met een tape het
land in te gaan. Harry; “Ik voelde me doodongelukkig en alleen, maar
het kon niet anders”.
Ondanks alles tekende Drukwerk in oktober 1987 een nieuw
platencontract, bij platenmaatschappij Disky. De eerste single,
‘Sylvia’s moeder’, een cover van Dr. Hook & The Medicine Show, met
een Nederlandse tekst van Edwin, kwam uit op 19 oktober. Het nummer
was in september ’87 op initiatief van Drukwerk zelf opgenomen in
een studiootje in Naarden-Vesting, samen met nog vijf andere
liedjes, waaronder de B-kant van de single ‘Jaloerser dan voorheen’,
wederom een Gitsels/Slinger-werkje. Helaas werd ook deze single geen
succes. Maar Disky liet het er niet bij zitten, ze wilden een
complete cd opnemen, onder de productionele leiding van André
Hazes-producer Tim Griek. Het noodlot sloeg echter opnieuw toe: in
februari 1988, vlak voordat Drukwerk met hem de studio in zou gaan,
verongelukte Tim Griek.
Een andere producer was snel gevonden: Ton op ’t Hof, tot dan vooral
bekend als drummer (o.a. de Margriet Eshuys Band), had zich op het
producersvak gestort en wilde graag met Drukwerk in zee. Op 12 april
1988, op de dag dat Drukwerk tien jaar bestond, kwam de eerste
vrucht van deze samenwerking op de markt ‘Hallo Den Haag’, een
(maatschappijkritisch!) stuk van Harry en Edwin.
Op
het feestje ter ere van het tienjarig bestaan was er ook nog een
verrassing voor de band: de eerste elpee ‘Drukwerk’ was alsnog goud
geworden. Een maand later kwam Drukwerk met ‘Hallo Den Haag’ voor
het eerst sinds 1985 (‘Kapsones’) weer eens de tipparade binnen.
Deze positieve wending kon niet voorkomen dat er opnieuw een
wisseling in de bezetting plaatsvond. Edwin kon het niet langer
opbrengen om zijn twee banen bij Drukwerk en Hitkrant te combineren
en hakte de knoop door. Hij zag te weinig toekomst in Drukwerk en
koos voor een vaste baan. Rabo volgde in zijn kielzog en besloot
definitief te kiezen voor een carrière bij de KLM. Voor hen in de
plaats traden gitarist Martin van Helden en toetsenist Rob Engels
toe tot Drukwerk. In die bezetting werd het laatste studio-album
gemaakt, Na Mij De Zondvloed, geproduceerd door Ton op ’t Hof en
uitgebracht op het Disky-label. De single ‘Moeilijk om gewoon te
doen’ flopte, maar de allerlaatste single die Drukwerk ooit
uitbracht, ‘De kroegen van Amsterdam’, weet eind 1988 toch nog de
tipparade te halen.
In
1989 was het dan eigenlijk tijd om weer een nieuwe cd op te nemen,
maar de pijp was leeg. Harry: ‘De inspiratie was op. Mitch was
steeds vaker met andere bands aan het schnabbelen, ik trad steeds
meer solo met een tape op, want er moest toch brood op de plank. De
koek was op. Bij iedereen.
We
stonden leuk met elkaar te spelen, maar om nieuwe dingen te gaan
bedenken, dat zat er niet meer in. Toen hebben we in 1989 besloten
om dan maar een prachtig einde eraan te maken. Een mooie
afscheidstournee in de theaters. We hebben theateragent Hans Staal
gevraagd of-ie dat wilde plannen, en eind ’90 hebben we toen een
afscheidstournee gedaan. Daar is een jaar aan gewerkt, en het was
redelijk succesvol. Vooral de afsluitingsavond in de Amsterdamse
Stadsschouwburg was een emotioneel gebeuren. Toen de kaartverkoop
van start ging was het binnen een uur uitverkocht. Voor familie,
vrienden, relaties en oud-bandleden waren er geen kaarten meer te
krijgen. Ik ben toen met de brandweer van Amsterdam gaan praten in
verband met het decor. Ik vertelde dat ik op de bühne een tribune
met 80 man publiek had gepland als decor. Ik had wel eens een opera
daar gezien met heel veel figuranten. Dat wilde ik ook graag bij het
afscheidsconcert. Zowaar kreeg ik toestemming mits de figuranten
door de artiesteningang naar binnen zouden gaan en zich niet zouden
mengen onder het publiek. Zo hebben al de mensen die ons dierbaar
waren het laatste optreden vanuit ons gezichtspunt kunnen meemaken.
Het duurde toch nog een hele tijd voor ik besefte dat Drukwerk
voorbij was.’
Ter begeleiding van de afscheidstoer werd een laatste live-cd
opgenomen en uitgebracht. Via EMI nota bene. Er is toen heel bewust
gekozen voor de plek waar Drukwerk voor het eerst als professionele
band optrad: Hotel De Marke in Vlagtwedde. Hoewel die live-cd vol
stond met hits, haalde hij wederom niet de hitlijsten. Pas jaren
later, in 1997, toen de verzamelcd ‘Het Allerbeste van Drukwerk’
verscheen, bleek dat Drukwerk allesbehalve vergeten was: maar liefst
125.000 stuks gingen er over de toonbank! Daarmee was de tweede
gouden langspeler een feit.
EPILOOG
‘Je hebt alles wat je wilt
Je
bent ’n artiest
Maar kijk je wel eens om?
Je
bent als ’n snaar die trilt
Ben je wel eens triest
Doe je nooit iets dom?’
(Uit: ’n Deel van jou, 1985)
En
nu is er dan, 20 jaar na de grote doorbraak, deze vier cd-box met
daarop 81 Drukwerk-liedjes, samengesteld door Drukwerkleden Harry
Slinger en Edwin Gitsels en EMI’s Gerrit Haak.
Harry anno 2001: ‘Ik ben retetrots op deze box. Moet je nou toch
eens kijken wat we gepresteerd hebben, wat we nagelaten hebben. Ik
heb nergens spijt van. Ik heb alle dingen met overtuiging gedaan. En
ook in de toekomst zal ik alles met overtuiging blijven doen. Het is
jammer dat een aantal dingen anders zijn gelopen. Er zijn idealen
uitgekomen en andere zijn niet uitgekomen. Die illusies bleken te
zijn. Achteraf. Maar hoe frustrerend moet het niet zijn als je
idealen hebt die een illusie worden doordat je niks doet. Van de
idealen die ik had zijn er ook een hele hoop uitgekomen en er zijn
idealen illusies geworden, doordat ik er achter ben gekomen dat het
zo dus niet werkt. Een aantal dingen die fout zijn gegaan betrek ik
ook op mijzelf. Vandaar dat ik naar mensen geen rancune heb.
Ik
ben er zelf ook bij geweest. Wat een domme lul ben ik soms geweest.
Die hele affaire met de kroeg daar heb ik natuurlijk met m’n neus
bovenop gezeten. Ik wou het alleen niet zien. Achteraf, maar dat is
achteraf, hadden we in 1986 als onderneming een stap terug moeten
doen, in plaats van uit te breiden met een platenzaak en zo. Maar
dat hebben we niet gedaan.Desondanks was het een prachtige tijd. We
hebben geschiedenis geschreven, en het bewijs daarvan ligt hier voor
ons!’
‘Had ik je meer moeten vertellen?
Had jij het dan herkend?
Het doet pijn nou, o zo’n pijn nou,
Want er is ook een end…’
(Uit: (N)Iemand Wint, 1983) |